Niemand kan voor een ander denken

Het 28ste Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting zoomt in op duurzame armoedebestrijding. Werkt de huidige bestrijding van armoede door op lange termijn? Hoe kunnen armoedebestrijding en ecologische duurzaamheid samengaan? Wetenschappers leveren een bijdrage vanuit hun onderzoeksveld. Het Jaarboek heeft een academische invalshoek en geeft opnieuw een uitgebreid overzicht van relevante cijfers inzake armoede en sociale uitsluiting. Maar ook de stem van mensen in armoede komt aan bod. Op de voorstelling van het Jaarboek was Guy Malfait van ATD Vierde Wereld gastspreker. Hieronder enkele citaten uit zijn toespraak, waar hij het heeft over participatie.

Laat ik beginnen met wat ik niet bedoel met participatie als we het hebben over duurzame ontwikkeling

  • Met participatie bedoel ik niet dat een buitenstaander eventjes komt luisteren naar wat mensen in armoede te vertellen hebben. François deelde zijn bezorgdheid na een voorvalletje op het Steunpunt tot bestrijding van armoede. Als ervaringsdeskundige neemt hij er deel aan de overlegbijeenkomsten. Hij vertelde dat op een bepaald moment een beleidsmedewerker van een kabinet even kwam binnenwippen tijdens zo’n overleg. Die beleidsmedewerker miste nog de sociale component voor een dossier over CO2-taks. Hij kwam laat, bleef maar een uurtje en was daarna verdwenen.
  • Van participatie kan pas sprake zijn als mensen in armoede hun mening en visie kunnen geven zonder gevaar voor hun inkomen of hun toekomst. Het is fijn om mee rond de tafel te mogen zitten, maar als je van enkele mensen afhankelijk bent of als je niet in een gelijke machtsverhouding bent, dan wordt het lastig. Hoe kan je eerlijk en vrij je mening geven als dit later tegen jou kan gebruikt worden?
  • Participatie is ook iets anders dan een figurantenrol spelen in een vooraf bepaald format of schema. Zo kregen we onlangs een mailtje van een lokale afdeling van een milieuorganisatie. Ze vertelden dat ze zich bewust zijn van het belang om de sociale dimensie niet uit het oog te verliezen met hun klimaatvoorstellen. Daarom vroegen ze of wij een arme persoon kenden die kon meedoen in een promotieclipje voor hun sociale media. Inhoudelijk werd er verder niets van ons gevraagd.

Wat is er dan wel nodig om te kunnen spreken van volwaardige participatie?

  • Als we spreken over participatie van mensen in armoede dan bedoelen we in de eerste plaats een langdurig en structureel samenwerken. Participatie is een proces, participatie is een werkwoord.
  • Het Interfederaal Steunpunt tot bestrijding van armoede bewijst al 20 jaar dat participatie met mensen in armoede de moeite is en zelfs noodzakelijk is, maar ook dat het veeleisend is en dat het proces van participatie ook voortdurend moet bewaakt worden.
  • Laat ik dat even heel concreet maken. De overlegbijeenkomsten van het Steunpunt zijn om de 6 weken. Als wij vanuit ATD Vierde Wereld willen dat de ervaringsdeskundigen volwaardig kunnen deelnemen dan moeten wij tussen elke 6 weken twee keer één volle dag samenkomen om het volgend overleg op het Steunpunt voor te bereiden. Dat is een hele investering.
  • Het is met veel aarzeling dat ik het woord investering in de mond neem. Het is bijvoorbeeld veelzeggend dat iedereen die deelneemt aan de overlegbijeenkomsten dit beroepshalve doet. Hij of zij wordt ervoor betaald. Dat geldt niet voor mensen in armoede die dat allemaal op vrijwillige basis doen. Alleen al maar dat beseffen toont aan hoe groot en hoe diep de motivatie en het verlangen van mensen in armoede is om volwaardig deel te mogen nemen aan de samenleving en ook om constructief bij te dragen aan een samenleving waar iedereen beter van wordt.
  • Hoe goed de bedoelingen ook zijn, niemand kan voor een ander denken. Betrek dus bij alles wat jullie willen ondernemen ook mensen in armoede. Niet pas als de plannen eigenlijk al klaar zijn, maar nog voor de eerste plannen op tafel liggen.

Guy Malfait

Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting, 2019

Universiteit Antwerpen –Universitaire Stichting voor Armoedebestrijding (USAB)