Het gras is groener aan de overkant – Kunnen we duurzaam leven waar we wonen?

Of sociale woonblokken in een groene of ‘grijze’ omgeving staan heeft invloed op de bewoners. Het vermogen van mensen om de problemen van het dagelijks leven op te vangen is groter in de door bomen en gazons omgeven blokken. Bewoners van de ‘grijze’ blokken ervaren de dagelijkse moeilijkheden als meer belastend en hardnekkig. Voor veel mensen in armoede, “stelt de natuur in de grote steden niet veel voor: een stukje groen middenin de uitstoot van gassen”. Brussel is nochtans een groene stad. Bijna 3000 ha parken, bos- en natuurzones zijn toegankelijk. Dat groen is goed in kaart gebracht. Al jarenlang gaat ook veel aandacht naar groene verbindingen. Bij Leefmilieu Brussel kan je gratis een boekje krijgen met het traject van de Groene Wandeling, een kronkelende lus van 60 km helemaal rond de hoofdstad. Werkelijk verrassend. Maar het groen is ongelijk verdeeld. Meer aan de rand, minder in het centrum. In de stadsdelen met de laagste inkomens is minder groen, en vaak is dat ook van mindere kwaliteit. In de stadsdelen met de meeste tuinen is ook het meeste openbaar groen.

In kleine steden kleurt het vaak minder groen dan verwacht. Ook in kernen van grote gemeenten, gelegen midden een landschap dat vroeger doordrong tot in het centrum, hebben mensen vaak geen openbaar groen op wandelafstand. De gemeente groeide, het landschap werd ingepalmd, veel huizen hebben een tuin, er was minder nood aan parken. Bewoners van de oude arbeidershuizen en de nieuwe kleine appartementen met piepklein terras, moeten zich verder verplaatsen. Maar hoe? Er is geen metro of stadsbus die je op elk moment van de dag vlot naar een andere plaats kan brengen.

Contact met de natuur is bevorderlijk voor de gezondheid. Zich herbronnen in de natuur, rijkere bevolkingsgroepen gaan het soms zoeken aan het andere eind van de wereld, in de buurlanden, of minstens in de Ardennen of aan de Kust. Mensen in armoede “zouden graag gemakkelijker in de natuur geraken, zelfs al is het maar voor een daguitstap of een weekje vakantie. Daardoor zou je eens kunnen ontspannen en je problemen een beetje vergeten”. In je kot blijven, in je buurt blijven. Dat is iets waar mensen in armoede noodgedwongen mee vertrouwd zijn. De coronacrisis liet veel andere mensen voelen wat dit betekent.

Een rode draad in het duurzaamheidsrapport van het Steunpunt is de vaststelling dat gezinnen in armoede absoluut willen deelnemen aan de discussie over hun toekomst, die ook ons aller toekomst is. Zij willen mee nadenken over een beleid dat gericht is op duurzaamheid. Dat willen ze nog meer vanuit hun ervaringen in deze coronatijd.

Herlezen
Als een virus onverwacht en in een mum van tijd het raderwerk van samenleving en economie kan doen sputteren en ons dagelijks leven overhoop haalt, dan zijn de zorgen die we ons maken over de gevolgen van de klimaatverandering terecht. Twee jaar werkte Vanessa Malfait-Joos met militanten van ATD Vierde Wereld, Franstalig en Nederlandstalig, mee aan het rapport ‘Duurzaamheid en Armoede’ van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, dat verscheen in december 2019. Het werkstuk is nog jong, maar Vanessa stelde voor om het te herlezen. Nog altijd kijken we met een armoedebril naar duurzaamheid, maar nu ook vanuit een welbepaalde hoek, vanuit ons kot. Op onze website en in facebookberichten werden de thema’s terug opgehaald. ‘Natuur en groene ruimten’ is er één van.

 

Laura Souverville – M.T. Poppe