Menselijkheid in publieke diensten – deel 3

verslag van het steunpunt armoedebestrijding

Als de tocht door publieke diensten eindigt met een beslissing die teleurstelt, wat dan? ‘De koers bijsturen’ is het laatste hoofdstuk van het tweejaarlijkse Verslag van het Steunpunt armoedebestrijding.

Onze twee vorige artikels leest u hier: deel 1 en deel 2

De koers bijsturen, dat klinkt makkelijker dan het is. Eerste obstakel: de beslissing over je aanvraag begrijpen. Wat is er juist beslist en waarom? Zijn er belangrijke elementen waarmee geen rekening werd gehouden? Is het een vergissing van de kant van de publieke dienst, of zat er een fout in de aanvraag? Alleen wie alles begrijpt, kan oordelen of het zinvol is om een beslissing aan te vechten.

Waarom mensen aarzelen

‘Begin er niet aan’. Het kan de raad zijn van mensen met ervaring, of de conclusie die je zelf trekt. Verschillende publieke diensten hebben elk hun eigen ‘handleiding’ om een beslissing aan te vechten, bij de dienst zelf of door een beroepsprocedure bij een andere instantie. Je waagt je wel op onbekend terrein, je weet niet wat je te wachten staat, wat het alles bij elkaar zal kosten, direct en indirect. Een beroepsschrift moet op de juiste manier worden opgemaakt en ingediend binnen een strikte termijn. Zowat iedereen vindt het moeilijk en dat geldt nog meer voor kwetsbare mensen. Ze beginnen er niet aan en zoeken naar informele oplossingen: ze blijven wonen in onwaardige omstandigheden, zoeken hulp van naasten, of laten een deel van de financiële steun vallen waarop ze recht zouden hebben. Vaak is de vraag dringend, zeker als het over wonen gaat, of over steun van het OCMW als laatste vangnet. Een positieve beslissing komt soms te laat, als mensen al verder weggezakt zijn.

Begin er niet aan, niet klagen, blij zijn met de steun die je al krijgt. De vingerwijzende stemmen klinken al in je eigen hoofd. Een beslissing aanvechten betekent dat andere mensen zich over je dossier buigen. Misschien zullen ook zij je met de vinger wijzen.

Hefbomen

Justitiehuizen, collectieve procedures en verenigingen die juridische bijstand verlenen kunnen een steun zijn: hefbomen die de eigen kracht van mensen versterken.

In justitiehuizen kan iedereen terecht voor eerstelijnsbijstand, ze geven praktische informatie en kunnen doorverwijzen. Maar ze zijn weinig bekend, versnipperd, en armoedeverenigingen wijzen op de ingewikkelde formulieren die je er moet invullen.

Collectieve procedures zijn een categorie apart. Het gaat dan om een gezamenlijke actie,  niet om het aanvechten van een welbepaalde beslissing over één aanvraag. Wie zich daarbij aansluit voert de strijd zowel voor zichzelf als voor anderen. In België is een collectieve vordering mogelijk bij het Grondwettelijk Hof, de Raad van State en de rechtbanken. Ook op Europees niveau is het mogelijk. Een voorbeeld is de Woonzaak, door 70 verenigingen ingesteld bij het Europees Comité voor Sociale Rechten. Ze kaartten aan dat de regelgeving over huisvesting en het huisvestingsbeleid van de Vlaamse overheid niet voldoen aan de eis om aan iedereen het recht op huisvesting te garanderen. Ze kregen op verschillende punten gelijk. Daarmee wordt de Vlaamse overheid voor haar beleid op de vingers getikt.

Er zijn verenigingen die zich heel gericht bezighouden met juridische bijstand voor kwetsbare mensen. De vereniging ‘Droit sans toit‘ (Recht zonder dak) is een collectief van advocaten dat zonder afspraak juridische bijstand verleent aan dak- en thuislozen door wekelijks spreekuren te houden in het Centraal Station van Brussel. Andere organisaties spannen zich in om op hun website regels en wetgeving uit te leggen en te bundelen, zodat ze meer toegankelijk zijn voor burgers, maar ook voor hulpverleners. Dit is bijvoorbeeld de missie van ‘Helder Recht’.

Het rijtje van hefbomen kan nog aangevuld worden. Toch zijn het vooral noodoplossingen die blootleggen wat niet goed loopt.

Aanbevelingen

Zoals elk hoofdstuk van het Verslag eindigt ook dit met een reeks aanbevelingen. We halen er drie aan:

  • Als een OCMW geen eigen ombudsdienst heeft dan zou standaard de Vlaamse of Waalse Ombudsdienst bevoegd moeten zijn. Zo is het in Brussel en in de Duitstalige Gemeenschap.
  • Informatie en begeleiding moeten meer en directer aangeboden worden: via lokale permanenties, bewustmakingscampagnes en partnerschappen met organisaties op het terrein. Ook belangrijk is een maximale samenwerking tussen publieke diensten en de verenigingssector.
  • Zet in op de vereenvoudiging van wetgeving en procedures. Pas het principe toe dat bepaalde personen automatisch worden beschouwd als personen die rechtsbijstand nodig hebben, zonder dat zij dit hoeven aan te tonen.

Andere klachten en ombudsdiensten

Voor sommige klachten over een publieke dienst moet je niet in beroep gaan. Als de klacht handelt over de werking van de dienst en niet over de beslissing die door deze dienst is genomen dan is er meestal de weg van een interne klachtenprocedure. Lange wachttijden, slechte communicatie of een ongepaste houding van de medewerker kunnen daarbij aangekaart worden. Dit soort klachten kan leiden tot de erkenning van een fout in de aanpak, tot verbetering van de dienstverlening of tot excuses. Heb je het gevoel dat het toch niets oplevert, dan kan je terecht bij een ombudsdienst. Om de juiste ombudsdienst te vinden is er de website www.ombudsman.be

De huidige Vlaamse ombudsman is een vrouw. Ze heet Myriam Parys en houdt zelf een sterk pleidooi voor een menselijke aanpak. Voor de boekenliefhebbers: de ombudsvrouw was ook te gast in de podcast ‘drie boeken’ van Wim Oosterlinck.

M.T. Poppe

Bron: Tweejaarlijks Verslag 2024-2025 van het  Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting:  Menselijkheid als kompas in publieke dienstverlening. Een bijdrage aan politiek debat en politieke actie.

0
    0
    Je winkelmand
    Your cart is emptyNaar vorige pagina