Medestanders ontkrachten vooroordelen

Een lockdown is niet voor iedereen even gemakkelijk. Hele dagen binnen blijven is moeilijker als je klein woont, diensten die online gaan sluiten mensen uit die digitaal ongeletterd zijn, thuis – en afstandsonderwijs maakt de kloof tussen risico leerlingen en andere leerlingen nog groter,… Op 1 mei gingen we hierover in gesprek met onze medestanders.

Medestanders laten de stem van de vierde wereld horen

Medestanders zijn mensen zonder armoede – ervaring die bruggen bouwen tussen de vierde wereld en hun eigen omgeving. In hun job als leerkracht, maatschappelijk werker, academicus,… zorgen ze ervoor dat er niemand achtergelaten wordt. Ze zijn nemen deel aan onze volksuniversiteit en vergaderingen en activiteiten van onze lokale groepen. Zo werken ze samen met mensen in armoede aan een rechtvaardigere samenleving.

Tijdens onze online bijeenkomst vertelden medestanders ons verhalen uit het leven gegrepen. Want met verhalen kan je vooroordelen ontkrachten. Net als in ons boek Aan de onderkant ligt de lat altijd hoger.

Miriam ondersteunt gezinnen in Willebroek: Zijn mensen in armoede vatbaarder voor corona?

“Nu mensen terug mogen gaan werken gaat het alleen maar erger worden voor mensen die de regels nog niet goed begrijpen. Een masker moeten opzetten op school en in de winkel. Je bent bang om iets fout te doen, dat vreet energie”.

Vooroordeel: “Mensen in armoede volgen de richtlijnen van hun dokter niet en zo gaat hun gezondheid achteruit”

Arm maakt ziek en ziek maakt arm. Er zijn verschillende barrières die ervoor zorgen dat mensen in armoede minder toegang hebben tot ziekenzorg en vatbaarder zijn voor corona. Voor laaggeschoolden en personen met een migratieachtergrond kan het gebrek aan opleiding en kennis van de taal er bijvoorbeeld voor zorgen dat het moeilijker voor hen is om de richtlijnen van de dokter te begrijpen en bijgevolg te volgen. Daarnaast zijn er financiële en organisatorische beslommeringen en verplichtingen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de betaling van dringende zaken op kortere termijn voorrang krijgt, zoals voeding, schoolboeken of kledij. Organisatorische moeilijkheden (conflicten met andere verplichtingen op het werk, met familie en kinderen, een gebrek aan opvang, minder flexibele werkomstandigheden) kunnen ook bijdragen aan het niet opvolgen van doktersadvies.

Tiene vrijwilliger bij BMLIK, ondersteunt gezinnen in armoede: Hebben ouders in armoede het moeilijker tijdens een lockdown?

“Vooral bij ouders in armoede loopt het moeilijk. Ofwel zijn de kinderen thuis en hebben ze het financieel moeilijk, ofwel zijn ze geplaatst en mogen ze hun kinderen niet zien”.

Vooroordeel: “Ouders in armoede weten niet hoe ze hun kinderen moeten opvoeden”

Voor alle ouders is opvoeden een uitdaging, met vallen en opstaan. Het is wel zo dat het leven van mensen in armoede zichtbaarder wordt voor de buitenwereld omdat ze meer in contact komen met hulpverlening. Aangezien ouders in armoede vaker in moeilijkere thuissituaties opgroeiden is het niet te verwonderen dat je minder makkelijk je rol als vader of moeder kan spelen als je als kind geen klassieke vader – of moederrol hebt gekend. Kinderen groot brengen te midden van stress omwille van ontbreken van (goedbetaald) werk of van een onzekere woonsituatie is niet eenvoudig. Die voortdurende stress zorgt ervoor dat je als ouder niet alleen soms de ‘foute’ beslissingen neemt, maar ook vaker je geduld verliest. En laat geduld nu net één van de basis vaardigheden zijn waarover ouders in grote hoeveelheden horen te beschikken.

Bees medewerker bij het OCMW zorgt dat iedereen mee is: Hebben mensen in armoede het moeilijker tijdens een lockdown?

“Ik ken iemand die in een groot appartementsblok woont, er is heel veel geluidsoverlast. De drie kinderen slapen samen op één kamer. Er is meer geruzie in het gebouw. Mensen zetten hun muziek dan luider zodat ze het geroep niet zouden horen”.

Vooroordeel: “Mensen in armoede zitten in de miserie door hun eigen schuld”

Armoede is meer dan alleen een te laag inkomen; mensen in armoede zijn vaak kort geschoold, werkloos en hebben minder netwerken om op terug te vallen. Een laag inkomen hangt ook vaak samen met gezondheidsproblemen en psychische problemen. Wie eenmaal in de armoede of op de grens van armoede terecht komt, gaat meer betalen voor dezelfde diensten. Juist omdat rekeningen niet betaald kunnen worden, volgen boetes en incassoverhogingen, die dezelfde dienst soms wel met 50-100% verhogen. Wie eenmaal in deze vicieuze cirkel terecht komt, heeft grote moeite er uit te komen.

Rita, leerkracht, zorgt dat iedereen mee is, ondanks afstandsonderwijs: Is een laptop voldoende om online les te volgen?

“De school heeft chromebooks aangeboden. Er zijn wel ouders die daar niet op ingingen want dan weet de school dat ze er geen hebben”.

Vooroordeel: “Iedereen heeft internet en PC”

Digitale uitsluiting is intrinsiek verweven met sociale uitsluiting. Mensen in armoede krijgen te weinig positieve stimulansen of worden onvoldoende ondersteund bij hun gebruik van digitale tools omdat ze ingebed zitten in homogene gesloten netwerken van andere mensen in armoede met dezelfde problemen. De digitalisering van dagdagelijkse routines (zoals taken maken voor school) leidt tot steeds minder participatie van mensen in armoede in alle mogelijke levensdomeinen en duwt hen nog sterker en sneller naar een leven aan de rand van de maatschappij.

Isabelle leerkracht, zorgt dat iedereen mee is, ondanks afstandsonderwijs: Is een smartphone een luxe product tijdens thuisonderwijs?

“Via haar smartphone schreef de mama alles over wat op smartschool stond. De jongen vulde in, zij nam een foto en postte dit op smartschool”.

Vooroordeel: “Ze besteden hun geld te veel aan zaken zoals een smartphone”

Een smartphone is vooral voor kinderen belangrijk: hiermee kunnen ze op internet en dat is nodig voor school. Ze krijgen hun taken via het internet en het is een middel om niet uitgesloten te worden want iedereen heeft een smartphone. Mensen verkiezen om verschillende redenen een smartphone boven een laptop of computer: het is mobiel, je kan vaak op internet via gratis hotspots, als het stuk is kan je gewoon naar de winkel gaan, de aankoop is minder duur en niet iedereen heeft het geld voor een maandelijks internetabonnement dat noodzakelijk is bij een computer.

Kristine begeleider in dagcentrum de Takel, ondersteunt kwetsbare gezinnen: Bepaalt de omgeving waarin je opgroeit je onderwijskansen?

“We zien bij de kinderen die we studiebegeleiding geven dat die in achteruit vertrekken in vergelijking met andere kinderen die niet in armoede leven”.

Vooroordeel: “Ze hadden maar beter moeten leren op school, dan hadden ze niet in de armoede geraakt”

Het succes in het onderwijs hangt af van vier groepen factoren: aangeboren aanleg, inspanningen, de omgeving waarin je opgroeit en de kansen die je daar krijgt; en barrières (discriminatie) in het onderwijs zelf. Voor de tweede groep (inspanningen) ben je zelf verantwoordelijk; de anderen kunnen echter ook roet in het eten gooien zelfs als je voldoende inspanningen doet. Voorbeelden van bepalende factoren in je leefomgeving zijn: scholingsniveau, fysieke en psychische gezondheid van je ouders; je eigen gezondheid; thuistaal; financiële draagkracht; comfort van de woning; leerkansen buiten de school; de warmte van de sfeer in het gezin; steun van vrienden en diensten… Hoe armer, hoe minder dergelijke hulpbronnen je hebt.

Ides, onderzoeker aan de KU Leuven, geeft mensen in armoede een stem in de academische wereld: Zijn ouders in armoede niet geïnteresseerd in de school van hun kinderen?

“Er zijn leerkrachten die eisen dat ouders een foto trekken van hun kinderen om te bewijzen dat ze aan het studeren zijn”.

Vooroordeel: “De ouders zijn niet geïnteresseerd in de school van hun kinderen. Ze komen amper naar het oudercontact”

Ouders zullen zelden zelf zeggen dat de school hen niet interesseert. Meestal is dit een veronderstelling van leerkrachten, die ze afleiden uit het gebrek aan contact of participatie. Het is belangrijk om geen te snelle conclusies te trekken, want de afwezigheid van contact kan allerlei andere oorzaken hebben dan lage betrokkenheid: ook ongeletterdheid of taalbarrières, financiële drempels, het verbergen van problemen, angst voor verwijten of verlegenheid, angst voor plaatsing van kinderen kunnen maken dat ouders weinig contact onderhouden met de school. Het verwijt dat ouders niet geïnteresseerd zijn, kan zelfs op zijn beurt schadelijk zijn voor een goed contact en voor de ouderbetrokkenheid.