Geluid – het verhaal van Jessica en Karel

Het is een van de eerste zonnige dagen. Terwijl ik aan het poetsen ben, hoop ik straks nog tijd te vinden om buiten te genieten van het lenteweer. In gedachten hoor ik al het gefluit van vogels. Ik verheug me erop.

Twee uur later plof ik neer in mijn tuinstoel. Heerlijk!… Maar ik zit nauwelijks of mijn buurman trakteert me op zijn muziek. We delen niet dezelfde muzieksmaak. Weg is mijn rust want de decibels die uit zijn boxen knallen, overstemmen het bescheiden vogelconcert. Toch blijf ik goedgeluimd en wil me hieraan niet storen. Tenslotte heb ik  verder geen last van mijn buren.

Bij Jessica is dat anders. Ze verhuist binnenkort want ze kon de geluidsoverlast in het appartementsblok waar ze woont niet meer aan. ’s Nachts werd ze wakker van het geruzie van haar buren. En als de buren geen ruzie maakten dan was het de hond van twee verdiepingen hoger die ’s morgens vroeg blafte waarop dan weer reactie kwam van de buren boven haar.

Jessica is niet de enige die met dit probleem worstelt. Op de voorbereidingen van de volksuniversiteit werd haar probleem onmiddellijk herkend. “Als ik thuis in mijn zetel zit” vertelde iemand anders, “ hoor ik de deuren van mijn buren dichtslaan, precies of ze bij mij thuis zijn. “

Bij Karel is het momenteel alleen maar van middernacht tot zes uur ’s morgens rustig. Zijn buurvrouw is de laatste maand voortdurend aan het schelden op Jan en alleman. Het geroep dringt de andere flats binnen. Ook een andere buurman maakt vaak behoorlijk lawaai. Karel weet niet hoelang hij het daar nog zal volhouden en wil ook verhuizen. De sociale huisvestingsmaatschappij heeft weinig oren naar zijn wens. Hij heeft toch al een woning en er staan er nog zo veel op de wachtlijst. Verhuizen kan hij wel vergeten tenzij hij op de privémarkt een betaalbare woning vindt. Maar dat is zoeken naar een speld in een hooiberg.

Marijke Decuypere

 

Deze tekst staat in het Vierde Wereldblad van maart 2021.