Column: Het Zuidstation: van opruiming tot huisvesting en tewerkstelling?

Op de trein vanmiddag riep de treinwachter op om je spullen in de gaten te houden “omdat er zakkenrollers en bedelaars actief waren”. De man had natuurlijk de beste bedoelingen, maar toch stelde ik hem voor om beide categorieën niet zomaar over dezelfde kam te scheren.

Nog erger was de berichtgeving over de groeiende onveiligheid rond het Brusselse Zuidstation eind augustus: daklozen, bedelaars, ‘illegalen’ en drugsverslaafden maken de reizigers het leven zuur, zo klonk het. Er kwam een crisiscentrum onder leiding van de Premier, en een grootscheepse interventie. De hele buurt werd schoon gespoten, mensen werden afgevoerd, net zoals hun matrassen en dekens. Volgens buurtbewoners is ‘het probleem’ enkele weken later verspreid over de ruimere buurt. Ik vraag me af waar de man zou beland zijn die er al meer dan een jaar kampeerde, onder een stapel van karton en textiel.

Er komt een plan met drie krachtlijnen: veiligheid, hulpverlening en renovatie van de stationsbuurt. Benieuwd hoe het budget verdeeld wordt over deze drie. In het verleden heeft het pingpongspel tussen de federale, regionale en lokale overheden een evenwichtige aanpak verhinderd. De NMBS heeft momenteel slechts 3 straathoekwerkers in dienst, waarvan één voor heel Brussel. Op een boogscheut van het Zuidstation ligt een nachtopvang van Bruss’help, maar de wachtrijen voor de deur lijken de uitzichtloosheid te bevestigen. Er zijn ook wel verschillende private diensten zoals straatverpleging en geestelijke gezondheidszorg in de buurt actief. Bruss’help coördineert. Alleen de huisvesting blijft schromelijk tekort schieten. Daarover zegt het plan niets.

In juni waren we met een Europese projectgroep op bezoek in Helsinki (Finland). Daar ligt de coördinatie van dit soort problemen bij de stedelijke huisvestingsdienst. Elke dak- of thuisloze krijgt er na een sociaal onderzoek een individueel woonplan op maat. Er wordt zo snel mogelijk een woonst met aangepaste begeleiding toegewezen: dat geeft rust en perspectief aan de thuisloze, en houdt de problemen weg van de openbare ruimte. Finland is de Europese bakermat van de Housing First aanpak. Sinds 1987 is het aantal thuislozen (in ruime zin) met bijna 80% verminderd. Er zijn allerlei varianten van Housing First, omwille van de grote diversiteit van profielen: jongeren die thuis weggelopen zijn wonen er samen in kleinschalige woonprojecten. Drugsverslaafden huren een studio in een blok met woonbegeleiding. De ‘klassieke’ thuisloze die uit armoede uit zijn woonst gezet is, wordt (indien mogelijk) in een gewoon appartementje gehuisvest. Er is nog één gemeentelijke nachtopvang voor wie tijdelijk nergens anders terecht kan. Van de nationale administratie voor ‘wonen en milieu’, over sociale investeringsmaatschappijen, gemeentelijke overheden tot en met lokale NGO’s: op alle geledingen is de strijd tegen dak- en thuisloosheid één van de prioriteiten. Er zijn natuurlijk ook diverse soorten dagcentra, elk afgestemd op de behoeften van hun doelgroep. Er zijn inloopcentra, mobiele teams, netwerken met geestelijke gezondheidswerkers, tot en met een vakantieverblijf op een eiland, waar mensen terug op krachten kunnen komen. In één van de grotere vzw’s (VVA ry) zijn ex-thuislozen zelf aan de slag als ervaringsdeskundigen: zij staan vooral in voor de eerstelijnsopvang.

Misschien kan dit onze beleidsmakers inspireren bij de aanpak van het Zuidstation?

Ides Nicaise
Voorzitter ATD Vierde Wereld Vlaanderen

0
    0
    Je winkelmand
    Your cart is emptyNaar vorige pagina