foto: Anne Germain manifesteert mee op 12 maart 2026. Daar pleit ze voor een regeringsplan zonder ongelijkheden.
“Eén op de zeven kinderen groeit op in armoede”, volgens recente cijfers van UNICEF. Voor Anne Germain, vrijwilligster bij ATD Vierde Wereld in Brussel, geen verrassend nieuws. Zij werkt al meer dan 50 jaar met gezinnen in armoede. De belangrijkste beleidsprioriteit? “Sterk inzetten op een goede start voor jonge kinderen”.
Anne is een echt familiemens. Ze woont in Brussel, is moeder van maar liefst vier kinderen en in haar professionele leven was ze lerares lichamelijke opvoeding en kinesiste. Tijdens een uitstap naar Parijs in 1968 veranderde haar hele leven. In de sloppenwijken rond de drukke stad ontdekte ze ATD Vierde Wereld, een organisatie die opkomt voor een samenleving zonder armoede en zonder uitsluiting. Hun inzet maakte een grote indruk op haar: “Ik besloot in 1975 om in een arme wijk in Molenbeek te gaan wonen samen met mijn man en mijn kinderen. Daar openden we een dokterspraktijk en een sportzaal die we de ‘welzijnszaal’ noemden”, vertelt ze trots.* Maar ook nu, 51 jaar later, blijft ze zich inzetten.
Hoe ziet een typische dag eruit als vrijwilliger bij ATD Vierde Wereld?
ANNE: “Voor mij bestaat er geen typische dag. Ik begeleid mensen dagelijks bij problemen rond administratie, huisvesting en gezondheid. Daarnaast neem ik deel aan wekelijkse bijeenkomsten rond specifieke thema’s en om de twee maanden komen alle Belgische groepen samen om ervaringen, conclusies en voorstellen voor verandering uit te wisselen.”
ATD als netwerk van vertrouwen
Volgens vrijwilligster Anne is sociale uitsluiting sterk verminderd dankzij de organisatie.
ANNE: “Vroeger leefden veel meer gezinnen geïsoleerd. Toen ik de families voor het eerst ontmoette, was het alsof ze bang waren om contact met anderen te leggen. Ze durfden dat niet. Het was een kwestie van vertrouwen. Vanaf het moment waarop ze weten: ik kan op iemand rekenen of ik kan iemand bellen als er iets gebeurt, verandert er veel. Ze behoren al vijftig jaar tot onze groep. Ze hebben zichzelf niet buitengesloten, ze maken ergens deel van uit waardoor ze niet alleen zijn. Dat wil niet zeggen dat ze geen momenten van eenzaamheid ervaren, maar ze hebben al veel banden en momenten van solidariteit opgebouwd.”
Hoe ervaren mensen in armoede zelf die sociale uitsluiting?
ANNE: “De situatie verschilt sterk per persoon. Hun levenservaring maakt een verschil. Sommigen zijn veel armer dan anderen. In mijn groep zijn er bijvoorbeeld mensen die niet kunnen lezen of schrijven. Anderen hebben wel gewerkt en een minimum aan schoolkennis, maar niemand heeft echt een diploma.”
Eén oordeel, één bovenhandse oplossing
Anne beschrijft verschillende profielen met één gezamenlijke eigenschap: leven in armoede. Toch krijgen alle gezinnen dezelfde vooroordelen over zich heen.
Welke misverstanden leven er rond armoede?
ANNE: “Men laat de samenleving geloven dat het de schuld van de mensen is. Het dagelijkse gevecht van de armen wordt niet erkend. Ze worden lui genoemd. De gezinnen zouden niet met hun geld om kunnen gaan, ze geven het zomaar uit. Maar dat is helemaal niet waar. Als je die mensen kent, weet je heel goed dat dat niet de échte reden is. Het zijn misvattingen. De mensen die ik ken, zijn niet lui. Geen enkele.”
Wat zou een beleidsmaker moeten doen om die situatie beter te begrijpen?
ANNE: “Hij zou moeten uitgaan van de levenservaring, van wat de armen hebben meegemaakt. Hoe ze, sinds hun geboorte, hebben gestreden, welke oplossingen zij kennen en welke er zouden moeten worden toegepast. De overheid zou moeten uitgaan van wat de mensen in armoede zelf zeggen, hun levenservaring. We noemen hen de experts van de praktijk. We moeten niet blijven doorgaan met het maken van wetten door de mensen van bovenaf te laten beslissen voor de mensen die beneden staan in onze maatschappij.”
Beleid met oogkleppen
Welke beleidsveranderingen lijken u dringend nodig?
ANNE: “Op dit moment gaat alles de verkeerde kant op. Ik zie steeds meer kinderarmoede, de overheid zou moeten ingrijpen vanaf de vroege kinderjaren. 85% van de armoedeprofielen zijn alleenstaande moeders met kinderen. Daarnaast zijn er te veel vooroordelen over kinderen die opgroeien in armoede. Met als gevolg: gezinnen slagen er niet in om hun kinderen het onderwijs te bieden dat ze verdienen. Die onwetendheid van de rest van de samenleving moeten we voorkomen, want hierdoor ervaren individuen een gebrek aan toegang tot hun rechten. Datzelfde geldt voor huisvesting, in Brussel is dat cruciaal. Mensen die geen sociale huurwoning krijgen, kunnen de eindjes niet aan elkaar knopen. Aan het eind van de maand komen ze niet rond. Voor die veranderingen er komen, moeten we erkennen dat zelfs sociale uitkeringen onder de armoedegrens liggen. We weten heel goed dat er talloze mensen zijn die gedwongen zijn onder de armoedegrens te leven.”
De Brusselse politie probeert daklozen bijvoorbeeld te helpen door ze een document te geven waarmee ze naar het OCMW kunnen gaan. Vindt u dat de autoriteiten genoeg doen om mensen in armoede te helpen?
ANNE: “Nee, het huidige rechtse beleid en het sociale werkloosheidssysteem zet iedereen na twee jaar op straat met de boodschap: “Ga maar naar het OCMW.” Tegelijkertijd leveren ze de nodige middelen niet, of het nu gaat om het aantal maatschappelijk werkers, de benodigde financiering of zelfs de tijd. Het is niet de taak van maatschappelijk werkers om de mensen in nood aan een baan te helpen. De politieke wereld beseft niet dat we op een ramp afstevenen. Het is onmogelijk voor de maatschappelijk werkers in de OCMW ’s om meer dan honderd dossiers te hebben en meer dan honderd mensen per maand te moeten zien.”
Begin mei publiceerde de federale regering een nieuw plan om armoede en ongelijkheid te bestrijden. Denkt u dat dit plan zal helpen?
ANNE: “Ik moet toegeven dat ik dat plan nog niet geanalyseerd heb. Maar wat ik wel weet, is dat ik op 7 mei op een conferentie was waar Olivier De Schutter, die bij de VN werkt, ook was. Hij zei: “Zolang we op basis van het bruto binnenlands product (bbp) blijven bepalen of een samenleving welvarend is of niet, zal er niets veranderen.” We moeten naar andere waarden kijken, zoals welzijn. Het aantal mensen in armoede neemt steeds meer toe. De maatschappij evolueert te snel en ze maakt slechte keuzes. Dat is waarom mensen zonder specifieke vaardigheden en opleiding achteropraken, terwijl artificiële intelligentie en robotica die kloof verder vergroten.”
Zolang we beslissingen blijven nemen zonder te luisteren naar wie het meemaakt, zal er volgens Anne weinig veranderen. Haar verhaal is er één van engagement, maar ook van een systeem dat volgens haar nog te weinig ziet wat er echt op het spel staat.
Interview: Alix Smets
*Over het medisch huis verscheen reeds een artikel in het Vierde Wereldblad van maart: 50 jaar medisch huis “Oud-Molenbeek”