“Sociale huisvesting is een gouden geschenk”

Een slechte woning en armoede gaan hand in hand. De beste weg om het recht op wonen waar te maken loopt volgens Sien Winters nog altijd via sociale huisvesting.

Sien Winters

Het Steunpunt Wonen en de  Vlaamse Woonraad leveren goed werk. Vlaanderen lijkt wel de ideale wereld. Maar in werkelijkheid blijft het voor veel mensen onmogelijk om een goede woning te vinden die ze kunnen betalen.

Dat is zo, ondanks de inspanningen. Tegen de Europese trend in van afbouw is er in Vlaanderen een toename van het aantal sociale woningen. Maar het probleem is zo groot dat dit niet volstaat. Het heeft alles met armoede te maken. Vlaanderen is rijk in vergelijking met andere landen en regio’s en dat is al tientallen jaren zo. Het moet mogelijk zijn om de armoede op te lossen. En dan lost ook het woonprobleem zich op.

Je noemt sociale huisvesting een gouden geschenk voor wie er terecht kan.

Ja, ik vind dat nog altijd het beste wat de overheid kan doen. Het zit er bij de Vlaming diep in dat een huis verwerven een vorm van sparen is, maar dat geldt ook voor de overheid zelf. Die ‘stenen’ blijven er voor lange tijd. Met huursubsidies kan je de woonproblematiek ook aanpakken, maar het gevaar is dat die in slechte tijden afgeschaft worden. Sociale huisvesting is doelgericht. Er zijn toegangsvoorwaarden en de huur is afhankelijk van het inkomen. Veel mensen die het moeilijk hebben zouden er nog slechter aan toe zijn als ze die sociale woning niet hadden. Maar het is ook zo dat een groot aantal mensen die er recht op hebben jarenlang op een wachtlijst staat.

Is het dan een goed voorstel om de toegangsvoorwaarden nog strenger te maken opdat in de eerste plaats de armste en zwakste mensen in aanmerking komen?

Het zou logisch zijn eerst toegang te geven aan wie dat meest nodig heeft.  Maar als de inkomensgrens nog daalt en er is voorrang voor daklozen, kwetsbare mensen, mensen met een psychiatrisch verleden, en die wonen allemaal samen in één gebouw of wijk, is er een risico is dat daar de leefbaarheid in het gedrang komt. En als maar een beperkte groep van mensen in aanmerking komt en anderen die het ook moeilijk hebben op de huisvestingsmarkt uit de boot vallen, dan is er bij de bredere laag van de bevolking geen steun meer voor sociale huisvesting en dan haakt ook de politiek af.

Dat is een van de redenen waarom sommigen pleiten voor wooncoöperaties. Anne Malliet van het Team Vlaams Bouwmeester noemt het de tweede beste oplossing, na sociale huisvesting. Ze stelt voor om de middelen van de woonbonus voor een groot deel door te schuiven naar coöperatieve woonvormen, want het is politiek niet haalbaar om alles te oriënteren naar sociale huisvesting. Weg met de woonbonus?

De woonbonus is een financiële steun voor mensen die een woning kopen of bouwen. Uiteraard zijn dat niet de armsten, en bovendien is in studies aangetoond dat de woonbonus de prijzen van de woningen opdrijft en dus niets oplevert. Weggegooid geld. Toch  zou ik voorzichtig zijn om de woonbonus in één trek af te schaffen. Dat zou een schokeffect veroorzaken op de woonmarkt. De prijzen zouden plots dalen en de verkoop en investeringen zouden klappen krijgen. Dit zou bijvoorbeeld erg zijn voor wie pas heeft gekocht en om een of andere reden gedwongen is de woning te verkopen. De woning is dan minder waard dan de lening die moet worden terugbetaald en mensen kunnen in armoede terecht komen.

Maar een deel van de middelen mag naar wooncoöperaties gaan?

Bij een coöperatie nemen mensen gezamenlijk het heft in eigen handen. Dat is een mooie gedachte maar er zijn ook mensen die niet graag zelf alle beslissingen nemen. Of die het woord niet durven nemen in een groep. Maar ik zou wel voorzichtig zijn om subsidies te geven aan wooncoöperaties. Veel van deze projecten betreffen een toch iets beter gesitueerde groep. Het is wat moeilijk te verdedigen als er zovelen die wel in aanmerking komen voor een sociale woning al uit de boot vallen. Je zou de wooncoöperaties bijvoorbeeld wel subsidies kunnen geven als ze daarmee ook een sociaal aanbod creëren. En verder is het van belang voor de overheid om alle subsidies goed in kaart te brengen. Zo beseffen velen niet dat het gratis ter beschikking stellen van gronden door de gemeente ook een subsidie is. Want die gronden zouden ook verkocht kunnen worden en de middelen gebruikt om andere vormen van ondersteuning te bieden. En de gronden zijn dan ook niet meer beschikbaar voor sociale huisvesting.

Zijn huursubsidies dan een goede oplossing voor mensen die geen sociale woning hebben maar er wel recht op hebben?

Ze zijn nodig op korte termijn omdat we nooit zo snel voldoende sociale woningen kunnen bouwen. Als je mensen een huursubsidie geeft, kunnen ze ook meer kiezen waar ze willen wonen. Maar een nadeel in vergelijking met sociale huisvesting is dat de verhuurder nog altijd kan beslissen aan wie hij verhuurt. Mensen aan wie men minder graag verhuurt, zullen nog altijd moeilijker toegang krijgen tot een woning. Daarom vind ik het goed de huursubsidie te verbinden aan verhuringen via een sociaal verhuurkantoor.

Kan je dat toelichten?

Een eigenaar verhuurt een woning aan het Sociaal Verhuurkantoor (SVK). Dat levert hem voordelen en zekerheid op. Het SVK wijst de woning toe aan huurders die in aanmerking komen en geeft daarbij voorrang aan wie een grotere nood heeft. Maar het is voor SVK’s niet gemakkelijk om goede en betaalbare woningen te vinden. En dat zoeken kost natuurlijk ook geld. Er staat nu een nieuw initiatief in de steigers dat ontwikkelaars aanmoedigt om woningen te bouwen voor een SVK. De hoop is dat daarmee het aanbod toeneemt, al zal dit beperkt blijven.

De slechte kwaliteit van sommige sociale woningen kreeg enkele maanden geleden veel media-aandacht. 

Er zijn nog veel oude sociale woningen. De laatste jaren is er een inhaalbeweging en worden woningen systematisch gerenoveerd. Er zijn zeker nog problemen en natuurlijk is de kwaliteit van de woningen belangrijk. Maar vaak is het een moeilijke keuze tussen investeren in kwaliteit of in kwantiteit. De wachtlijst is immers lang. Vooral in steden hebben sociale huisvestingsmaatschappijen het vaak moeilijk om het hoofd boven water te houden. Ze hebben minder financiële reserves en krijgen minder inkomen uit huur omdat hun bewoners de laagste inkomens hebben en dus minder betalen. Een probleem met een grondige renovatie is ook dat de huisvestingsmaatschappij de huur niet evenredig kan optrekken, zodat dit grote financiële gevolgen heeft.

“Wonen” is je thema. Hoe is dat zo gekomen?

Na mijn studies pedagogie en economie heb ik eerst vier jaar op het HIVA gewerkt. Daarna ben ik gaan werken in het reconversiebeleid in Limburg, na de mijnsluitingen. Toen ben ik in de huisvesting terecht gekomen. Daarna heb ik twee jaar gewerkt voor de stad Leuven als coördinator van de wijkontwikkeling.  In 2000 ben ik terug naar het HIVA gekomen om het thema wonen uit te bouwen.  Ik vind het een uiterst boeiend thema, omdat er zoveel aspecten in samenkomen.

 Wat kan de rol van  ATD Vierde Wereld zijn?

Blijf aan de bel trekken en blijf luisteren naar mensen, geef hen een stem in de zoektocht naar oplossingen.  Wij, als onderzoekers, brengen informatie aan en wijzen de weg bij de interpretatie ervan.  Armoedeverenigingen kunnen ermee aan de slag om gefundeerde standpunten in te  nemen. De kennis van alle betrokkenen samenbrengen, dat is het belangrijkste wat ik van ATD Vierde Wereld geleerd heb.

Interview: Evelien Lambrecht en M.T. Poppe

 ———————————————————–

Sien Winters is onderzoeksleider bij het HIVA, het onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven. Haar voornaamste onderzoeksthema’s zijn de betaalbaarheid en kwaliteit van wonen, de organisatie en financiering van het woonbeleid, de sociale huisvesting, de private huurmarkt en de relatie tussen wonen en zorg.

————————————————————-

Een Steunpunt en een Woonraad

Aan de universiteit doe je onderzoek naar wonen, maar je bent ook coördinator van het Steunpunt Wonen. Wat is dat precies?

Het Steunpunt Wonen is een samenwerkingsverband van verschillende onderzoeksgroepen van vier universiteiten. Het gaat om de KU Leuven, de Universiteit Antwerpen, de VUB en de TU Delft in Nederland. Het is ontstaan in 2004 en wordt aangesteld en gefinancierd door de Vlaamse Overheid, telkens voor een periode van 5 jaar. Onderzoekers bundelen kennis rond wonen en woonbeleid. Het Steunpunt betrekt daarbij telkens verschillende actoren. Als we bijvoorbeeld een onderzoek doen rond sociale huisvesting, dan werken we samen met sociale huisvestingsmaatschappijen. Of als we werken rond huur, dan vragen we de verschillende huurders- en verhuurders-organisaties om mee te werken. Het Netwerk tegen Armoede werd betrokken in  onderzoek rond huursubsidies. Via onderzoek wil het Steunpunt bijdragen tot een langetermijnvisie op het Vlaamse woonbeleid. We denken na over mogelijk beleid ex-ante, dat wil zeggen alvorens de Vlaamse Overheid iets van plan is. Bijvoorbeeld: als er een huursubsidie komt, wat zijn dan goede principes daarvoor. Maar ook ex-post proberen we beleid te evalueren en verbetervoorstellen te formuleren aan  de Vlaamse Overheid. Ik heb echt het gevoel dat het beleid rekening houdt met het onderzoek van het Steunpunt en dat geeft voldoening.

Je bent ook lid van de Vlaamse Woonraad. Kan je ook daar wat meer over vertellen?

Als de Vlaamse Regering nieuwe wetgeving uitwerkt voor wonen, dan moet ze verplicht advies vragen aan de Woonraad. De  Vlaamse Woonraad geeft ook advies op eigen initiatief, bijvoorbeeld recent nog rond gezondheid en wonen. Ik ben een van de vijf externe deskundigen. Ik zie het als mijn rol om de vaak ideologische debatten op een hoger niveau te tillen door cijfers en kennis in te brengen.