Recht is een strijdtoneel

Recht is meer dan een verzameling van wetten en regels. Een internationale groep van dertig filosofen, professionals en leden van ATD Vierde Wereld werkte samen volgens de methode van ‘kruising van kennis’. Wat als je naar het recht kijkt vanuit de ervaring van mensen in armoede?

Het recht is een kader dat ons moet beschermen tegen willekeur en onrecht. Wie in armoede leeft ervaart het recht als hulp, maar nog meer als bedreiging. Het opent mogelijkheden, maar sluit ook levens af. Het beschermt, maar oefent ook macht uit. Het voelt in de eerste plaats niet als bevrijding, maar als iets waaraan men onderworpen is.

Het recht ondergaan

Wetten, regels en procedures, waar mensen in armoede niet aan meewerkten, bepalen hun leven diepgaand. Het recht schrijft voor waar men mag wonen, hoe men zijn gezin moet organiseren, wanneer men recht heeft op steun en onder welke voorwaarden. Het grijpt in op intieme domeinen: opvoeding, relaties, zorg, werk, gezondheid.

Bescherming van het gezin

Die onderworpenheid is niet alleen juridisch maar ook symbolisch. Het recht spreekt een moeilijke taal en wie die niet beheerst, verliest al bij voorbaat terrein. Zo wordt het recht een labyrint waarin men kan verdwalen, en waarin men het risico loopt het laatste restje autonomie kwijt te raken. Niet toevallig laten velen hun rechten niet gelden omdat zij zichzelf en hun gezin willen beschermen tegen inmenging, controle of sancties. Dat is geen onwetendheid of passiviteit, maar een strategie om waardigheid te bewaren.

Wanneer het recht zich tegen mensen keert

Wat bedoeld is als bescherming kan een instrument van uitsluiting worden. Een aanvraag tot hulp kan leiden tot extra controle. Een recht op ondersteuning kan uitmonden in het verlies van gezag, van geloofwaardigheid, van gezin. Recht wordt dan niet ervaren als recht, maar als geweld.

Rechten bestaan niet op zichzelf. Zowel de toegang tot rechten als de mogelijkheid om ze echt uit te oefenen, hangt af van voorwaarden die buiten het recht zelf liggen Of iemand ze kan opnemen en er iets aan heeft, hangt af van praktische voorwaarden: inkomen, kennis, ondersteuning, omgeving. Wanneer die onder druk staan, blijven rechten vaak slechts op papier bestaan.

Hier verschijnt een grote spanning: fundamentele rechten pretenderen universeel te zijn, maar worden toegepast binnen systemen die ongelijkheid produceren. Het recht op geneeskundige verzorging bijvoorbeeld geldt formeel voor iedereen, maar het verhaal van Peresia uit Tanzania toont hoe ongelijk dat recht werkt in de praktijk. Na een medische fout werd zij niet beschermd, maar vijf maanden tegen haar wil vastgehouden in het ziekenhuis omdat ze de kosten niet kon betalen. Haar identiteitskaart diende als onderpand, haar kinderen raakten zonder zorg en onderwijs, haar gezondheid ging verder achteruit. Wat een fundamenteel mensenrecht is, werd voor haar een bron van opsluiting, een vernedering, en leidde uiteindelijk tot haar overlijden. Zulke verhalen maken duidelijk hoe universele rechten hun belofte verliezen wanneer hun toepassing afhankelijk wordt van geld en sociale positie: op papier gelijk, in het leven van de allerarmsten destructief.

“Rechten zijn geen eindpunt, maar middelen in een voortdurende strijd om mens te blijven”

Scherp gevoel voor rechtvaardigheid

De ervaring van onrecht leidt naar onderworpenheid en geweld, maar er ontstaat ook iets anders: een moreel besef dat “dit niet klopt”. Juist omdat ze onrecht aan den lijve ervaren, ontwikkelen mensen in armoede vaak een scherp gevoel voor rechtvaardigheid. Dat is geen abstract idee, maar doorleefde kennis. Niet in wetten vindt het recht zijn diepste bron, maar in de ervaring van onrecht gekoppeld aan de strijd om waardigheid en vrijheid.

Vertrouwen en kracht

Dat de oorsprong van het recht voelbaar is in de ervaring van onrecht, was voor Joseph Wresinski het uitgangspunt. Zijn tweede punt: vooral mensen in armoede kunnen zichtbaar maken waar rechten hun belofte niet waarmaken. Niet omdat zij moreel meer gelijk hebben, maar omdat zij als eersten leven met de gevolgen van uitsluiting. Ten derde: waardigheid is gekoppeld aan vrijheid want het recht op vrijheid maakt het mogelijk om te handelen, te spreken en bij te dragen. Tot slot is die waardigheid fundamenteel, maar tegelijk kwetsbaar: ze kan worden aangetast en vraagt erkenning en ondersteuning. Het recht faalt wanneer het die spanning negeert.

“Juist omdat ze onrecht aan den lijve ervaren, ontwikkelen mensen in armoede vaak een scherp gevoel voor rechtvaardigheid.”

Rechten zijn ondeelbaar omdat de mens ondeelbaar is. Wanneer sociale en economische rechten ontbreken, verliezen ook politieke en burgerlijke rechten hun betekenis. De ervaring van armoede toont hoe rechten als communicerende vaten werken: wie één recht ontzegt, ondermijnt onvermijdelijk andere.

Van daaruit krijgt ook waardigheid een concrete invulling. Voor mensen in armoede gaat het over elementaire mogelijkheden: kunnen zorgen voor hun kinderen, zich kunnen uitdrukken, leren, werken, relaties aangaan en bijdragen aan de samenleving. Waar die basiscapaciteiten structureel onder druk staan, wordt niet alleen een recht geschonden, maar raakt de mens zelf beschadigd. Waardig leven betekent niet alleen beschermd worden, maar ook erkend worden als actor in het eigen leven. Rechten zijn vanuit dat perspectief geen eindpunt, maar middelen in een voortdurende strijd om mens te blijven.

Het recht corrigeren

‘Subject zijn van recht’ betekent dat iemand onderworpen is aan het recht en tegelijk ook drager is van rechten. Dat laatste heeft ook een actieve betekenis:  je moet je rechten kunnen uitoefenen, betwisten, uitbreiden. Het betekent het recht gebruiken om het recht zelf te corrigeren. Dat vergt moed, ondersteuning en vaak collectieve actie.

Veel rechten die vandaag als vanzelfsprekend worden beschouwd, zijn ontstaan uit zulke mobilisaties. Het recht op begeleiding, het recht op wonen, het recht op sociale bescherming zijn niet van bovenaf gegeven, maar bevochten door mensen die zich niet neerlegden bij uitsluiting. In die zin zijn mensen in armoede niet alleen objecten van het recht, maar mede-scheppers ervan.

Die beweging is zelden individueel. Ze ontstaat in ontmoeting, in groepen, in gedeelde reflectie. Daar groeit vertrouwen, eigenwaarde en de kracht om het woord te nemen. Pas wanneer mensen ervaren dat hun stem ertoe doet en niet tegen hen zal worden gebruikt, wordt spreken mogelijk.

Van gedeeld onrecht naar beweging

Waar gesproken wordt over het recht op wonen, ervaren mensen in armoede vooral woononzekerheid. Waar rechten beloofd worden, voelen zij vooral wat telkens opnieuw niet waargemaakt wordt. In die zin kan het spreken over rechten pijn doen. Het herinnert aan wat ontbreekt en werkt niet zelden ontmoedigend. Spreken over rechten roept niet vanzelf hoop op.

Mobilisatie begint dan ook niet bij het recht, maar bij waardigheid. Mensen komen pas in beweging wanneer zij opnieuw vertrouwen krijgen in zichzelf en in anderen, wanneer zij zich veilig genoeg voelen om te spreken en zeker zijn dat hun inzet zich niet tegen hen zal keren. Dat ontstaat niet individueel, maar in ontmoeting. In collectieve ruimtes waar ervaringen gedeeld worden zoals de Volksuniversiteiten, verandert wat vroeger als persoonlijk falen werd beleefd in gedeeld onrecht. Daar groeit langzaam opnieuw kracht om het woord te nemen.

Recht uit het hart

Het recht kan opnieuw een rol spelen in dat proces, maar niet als loutere regel of procedure. In collectieve vormen van juridische strijd – met begeleiding, bemiddeling of tegenmacht zoals burgerlijke ongehoorzaamheid – kan het recht een instrument van verzet worden. Tegelijk loopt niet alle strijd via het recht. Spreken, zorg, solidariteit en cultuur zijn evenzeer vormen van verzet. Soms begint bevrijding niet bij een afgedwongen recht, maar bij gehoord worden en kunnen spreken. Wanneer rechtvaardigheid loskomt van menselijkheid, bewaart zij de vorm, maar verliest zij de mens uit het oog en zo onstaat onrecht.

Steven Gibens

Steven Gibens is jurist en opleidingshoofd Sociaal Werk bij hogeschool Odisee in Brussel. Een interview met hem verscheen in het Vierdewereldblad september 2025.

Filosoferen over een betere samenleving, vertrekkend vanuit de armsten

Twee thema’s van het onderzoeksproject sociale filosofie kwamen reeds aan bod:  Kennisonrecht en Verzet (Vierdewereldblad december 2023 en december 2025). Steven Gibens verdiept zich nu in het derde: Recht.

Het project liep van 2019 tot 2022, daarna werden de resultaten verwerkt. In 2023 verscheen het boek: Pour une nouvelle philosophie sociale. Transformer la société à partir des plus pauvres (coordonné par F. Jomini, D. Jousset, F. Poché & B. Tardieu), Editions Le Bord de l’Eau.

0
    0
    Je winkelmand
    Your cart is emptyNaar vorige pagina