Kansen om te groeien – Over armoede en jeugdwerk

Anna, Sam en Ellen (vlnr)

Op een zonnige maandagavond hebben we met Ellen, Sam en Anna afgesproken in Gent. Ellen en Sam, zijn broer en zus en waren allebei betrokken bij de KSA in Oostende. Ellen was ook vrijwilliger bij de speelpleinwerking in Oostende, Sam bij die van Bredene. Hij werkt ondertussen voor de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS). Anna was leidster bij de KSA in Aalter. Jente, vrijwilliger bij Pirlewiet vzw, zou ook deelnemen aan het gesprek, maar hij moest afzeggen wegens ziekte.

 

Jeugdwerk is heel intens en niet altijd makkelijk, maar onze drie gesprekspartners halen er ook voldoening uit. Ellen: “Het is een geslaagde dag geweest als alle kinderen in geuren en kleuren aan hun ouders vertellen wat ze die dag hebben gedaan. Als ze het gevoel hebben gehad dat ze zichzelf mochten zijn, dat hun talenten werden gezien en dat ze vanuit hun sterkte benaderd werden. Ik herinner me een jongen op het speelplein die hyperactief was. Hij  kon niet stil zijn, ook niet bij het uitleggen van een spel, en dat gaf soms wrevel. Ik ben met hem gaan praten en probeerde ervoor te zorgen dat hij ook zijn draai kon vinden. Op het einde van de week vertelde zijn mama mij dat hij altijd lachend naar huis kwam na een speelpleindag.”

Drempels

De deelname van kwetsbare jongeren aan jeugdwerk is niet altijd evident. Je hebt ten eerste een financiële drempel. Nog niet iedereen is zich daarvan bewust, vertelt Anna: “Op een bepaald moment kwam binnen de KSA in Aalter het voorstel om het lidgeld te verhogen. Normaal gezien worden zulke zaken besproken tijdens vergaderingen, maar omwille van de covidmaatregelen werd dit voorstel gelanceerd via een poll op Facebook. Ik stelde me daar meteen vragen bij: 5 euro is voor veel mensen niets, maar voor anderen mensen heel veel. We hebben toen contact gezocht met het OCMW en De Toevlucht (vereniging in Aalter voor kansarme gezinnen.) Uiteindelijk hebben we een sociale raad opgericht over de verschillende jeugdbewegingen heen. Een voorbeeld van een actie die we hebben ondernomen is het verschuiven van de vriendjesdag van september naar februari. Op vriendjesdag mogen leden een vriendje meenemen naar de activiteit om hen te laten kennismaken met de werking. Op die manier hebben we gezorgd voor twee instroommomenten, omdat we weten dat september voor veel ouders een dure en drukke maand is. We hebben met alle jeugdbewegingen ook een infoboekje gemaakt met de troeven van elke jeugdbeweging, de locaties, hoeveel het kost en wat je moet doen als je het inschrijvingsgeld niet kunt betalen, zonder de leiding te moeten contacteren.”

Maar de financiële drempel is niet de belangrijkste zegt Sam: “Ik heb de indruk dat er in het jeugdwerk al veel inspanningen zijn geleverd om de financiële drempels weg te nemen. Er zijn sociale fondsen, verlaagd inschrijvingsgeld, ook materiaal zoals een slaapzak kan je vaak gratis bekomen. Tegelijkertijd merk je dat er nog veel andere drempels zijn. Ik heb eens een ‘extra laagdrempelige’ animatorcursus georganiseerd. Op een gegeven moment bleek dat twee meisjes er vandoor waren gegaan omdat ze in de namiddag een toneeltje moesten spelen voor de groep. Ze durfden zich niet te tonen. Dat is een les voor mij geweest.”

Ook Anna beseft dit: “We hadden via het OCMW een aanvraag gekregen voor de deelname van een jongere aan ons kamp. Dat was uiteraard geen probleem, maar de ouders hebben uiteindelijk vlak voor het kamp afgezegd. Hier speelde het financiële geen rol, maar was er een andere drempelvrees. We zijn ons daar bewust van. Binnenkort organiseren alle jeugdbewegingen samen een activiteit in De Toevlucht, in een omgeving die voor velen vertrouwd is.”

Sam: “Animatoren zijn soms zelf ook kwetsbaar. Ze grijpen dan bijvoorbeeld bij conflictsituaties onder kinderen terug naar de taal die ze thuis geleerd hebben en beginnen zelf te roepen. Het is goed dat de animatorenploeg zo divers mogelijk is, maar dan is er professionele ondersteuning nodig. Kwetsbare gasten moeten kunnen groeien en zichzelf overstijgen.”

Het schoentje wringt

Omgaan met kwetsbare kinderen is niet gemakkelijk. Sommige animatoren kunnen moeilijk plaatsen wat er gebeurt. Er leven ook veel vooroordelen, zegt Ellen: “Ik herinner me een meisje bij de kleuterwerking van het speelplein. Ze stopte maar niet met huilen. Het is normaal dat er in het begin wat traantjes vloeien, maar na wat gek doen en samen spelen is het verdriet meestal voorbij. Maar dit meisje bleef maar huilen. Op een bepaald moment merkte ik op dat ze raar stapte en dat het lag aan haar te kleine schoentjes. Tijdens de pauze opende een van mijn mede-animatoren het rugzakje van het meisje. Er kwam een enorme sigarettengeur uit het rugzakje. Mijn mede-animator kon het niet laten om op te merken dat de ouders geen geld hebben voor schoenen, maar wel voor sigaretten.”

Sam: “Ik denk dat vorming een belangrijke rol kan spelen. Op sommige animatorcursussen is er een workshop rond armoede, ook bij de VDS. Soms is dat wel maar een keuzeworkshop. Er zou globaal nog meer moeten geïnvesteerd worden in vorming.”

Anna: “Bij de KSA moet je zelf een workshop rond armoede aanvragen, maar je kan bijvoorbeeld ook kiezen voor een vorming rond sjorren. De KSA zou hier wel wat meer prioriteit aan mogen geven. Ook de gemeente of het OCMW zouden sturing en vorming kunnen aanbieden.”

Mindshift

Ook sensibiliseren rond referentiekaders is belangrijk, vindt Ellen: “Naargelang je ervaring opdoet, leer je sneller aanvoelen of iemand in armoede leeft, je kweekt er antennes voor. Beginnende animatoren hebben dat aanvoelen vaak nog niet. Op een bepaald moment hadden we onder de animatoren een discussie over kinderen die een zak chips mee hadden als lunch. Dat is uiteraard ongezond, maar het is nu eenmaal goedkoper dan een gezonde lunch. Eens je als animator je eigen bril kunt afzetten, leer je bijvoorbeeld ook hoe bepaalde kinderen en jongeren communiceren, vanuit de stress die armoede met zich meebrengt. Dan leer je om niet te veroordelen, maar om te begrijpen waarom een kind op een bepaalde manier reageert.”

Sam: “Langs de ene kant moet je animatoren sensibiliseren die er niets van kennen, langs de andere kant heb je een groep die zich wel al bewust is van de problematiek, maar gewoon de taal niet heeft om zich op cruciale momenten uit te drukken. Dan kan een vorming als ambassadeur of pleitbezorger misschien soelaas bieden?”

Sam heeft het ook over een noodzakelijke mindshift  in het jeugdwerk zelf: “De nadruk ligt vaak op “goed spel”, zit het spel goed in elkaar? En een goede animator is iemand die een spel goed kan animeren. Misschien moeten we eerder de focus leggen op het feit of iedereen aan het spel heeft kunnen deelnemen en of alle kinderen mee waren. En of de animator met alle kinderen overweg kan.”

Groeien in vertrouwen

Omgaan met kwetsbare jongeren is een enorm leerrijke ervaring, beaamt iedereen. Ellen: “Ook al leefde de thematiek sterk bij ons thuis (de mama van Ellen en Sam is betrokken bij ATD Vierde Wereld in Oostende, nvdr), ik ben wel veel minder naïef geworden. Je hoort veel dingen, maar je staat er eigenlijk nooit echt bij stil welke verregaande gevolgen armoede heeft, niet enkel financieel/materieel, maar ook op emotioneel-cognitief en  interrelationeel vlak.  Je krijgt echt een beter beeld van armoede en je begint te beseffen welke kansen je zelf hebt gehad, wat die kansen betekenen en dat een gebrek aan kansen de voedingsbodem is voor heel wat problemen.”

Sam: “Ik had lange tijd een dubbel gevoel tegenover het engagement van mijn mama. Ik vond het wel knap wat ze deed, maar toch vond ik het bijvoorbeeld niet leuk dat er mensen bij ons thuis kwamen om te vergaderen. Ik heb zelf in een ‘middenklasse’ school gezeten en ik ben naar een ‘middenklasse’ jeugdbeweging gegaan waardoor ik bepaalde gewoontes heb overgenomen. Toen ik in het begin cursussen begon te geven, wist ik op het einde van de vorming de namen niet van de cursisten. En of je nu mee was of niet, dat was niet mijn probleem. Maar na een jaar of twee vorming geven, voelde ik dat dit niet klopte. Waarom kwamen de cursisten nooit vragen stellen aan mij? Ik had geen gezag vanuit vertrouwen, maar vanuit autoriteit. Toen ben ik bewust cursussen gaan geven aan kwetsbare jongeren. De eerste keer ben ik keihard tegen de muur gelopen, maar dat was tegelijkertijd enorm leerrijk. Door met jongeren in kwetsbaarheid te werken heb ik het gevoel te kunnen groeien, zowel in mijn manier van vorming geven, als in het leven in het algemeen.”

Achteraf spraken we nog met Jente over zijn ervaringen bij vakanties van Pirlewiet:

“Op vakantie gaan met Pirlewiet vraagt enorm veel energie van alle monitoren. Maar het geeft zoveel voldoening  om te beseffen dat je die kinderen een week vol plezier aanbiedt en dat ze uit hun sociaal isolement zijn kunnen komen. Ook voor de monitoren is het een leerrijke ervaring. We luisteren vaak naar de verhalen van de kinderen op kamp. De kampen hebben ervoor gezorgd dat mijn blik op de maatschappij veel ruimer is geworden. Daarnaast ben ik ook tot het besef gekomen dat kinderen in kansarmoede soms heel veel te verduren hebben, zonder dat de samenleving hier van op de hoogte is.”

 

Interview: Marijke Decuypere, Evelien Lambrecht en Marte Lorent

0
    0
    Je winkelmand
    Your cart is emptyNaar vorige pagina