“Ik wil niet meer leven van restjes!”

Foto: Tatiane Soares en Mariana Guerra, Brazilië, 2020

“Als je een zaadje plant, ontstaat er weer hoop. Dat zaadje betekent dat je nog een bloem meer in je leven krijgt.” Tatiane Soares, militant, aan de telefoon met Mariana Guerra, volontair in Brazilië. Ze hadden het over planten, iets waar ze allebei in geïnteresseerd zijn.

Tatiane gaf Mariana met de camera van haar mobiele telefoon een virtuele rondleiding door haar tuin in de favela Hill of Angels. Gelegen in Petrópolis (stad gelegen op ongeveer zestig kilometer van Rio de Janeiro, in het zuidoosten van Brazilië met ongeveer 300.000 inwoners). Tatianes tuin in de wijk Caxambu staat vol met bomen, planten en bloemen en een grote moestuin. Tatiane toonde Mariana ook haar spectaculaire uitzicht op de bergen in de staat Rio de Janeiro. Zo geeft zij uiting aan haar verbondenheid met het land, die de kern vormt van haar betrokkenheid bij ATD Vierde Wereld.

Voor Tatiane is begaan zijn met anderen normaal, geen vorm van liefdadigheid. En haar bewustzijn van haar omgeving strekt zich uit tot zowel mensen als het milieu. Dit soort bewustzijn is van cruciaal belang om de vele crisissen aan te pakken die in Brazilië en over de hele wereld verwoestingen aanrichten.

Tatiane weet waarom Mariana zonnebloempitten moet toevoegen aan de COVID 19-preventiepakketten voor mensen die op de Hill of Angels wonen. Volgens haar zijn zaden de belichaming van de knuffels die mensen elkaar tijdens de pandemie niet kunnen geven.

“Als ik aan mijn leven denk, wil ik gewoon alles doen wat ik kan,” zegt Tatiane. “Op dit moment hebben mensen het nodig om te horen en te zien dat andere mensen hen genegenheid tonen. Dus dacht ik aan zonnebloemen. Het is een mooie bloem met gele bloemblaadjes. We stoppen deze zonnebloemzaadjes in de kits zodat mensen ze kunnen planten. Als je een zaadje plant, wordt de hoop herboren. Dat zaadje betekent dat je nog een bloem in je leven krijgt. Alles wat we planten – echt alles wat we doen in het leven – is hoop. En met hoop kan alles goed komen.”

“Vanuit mijn eigen ervaring, kan ik begrijpen…”

Op 16-jarige leeftijd was Tatiane zwanger en leefde op straat. Ze leed vaak honger. Tatiane vertelt  niet veel over wat ze toen heeft moeten doorstaan. In plaats daarvan praat ze liever over de interacties die haar geholpen hebben. Er waren mensen die haar inspireerden om niet op te geven, maar te blijven proberen een beter leven voor zichzelf te maken. Tatiane herinnert zich bijvoorbeeld een man die gebraden kippen verkocht.

“Ik had het geld om een gebraden kip te kopen,” legt ze uit. “Maar de verkoper zei: ‘Nee, neem deze kip. Ik geef hem aan jou.’ Ik zat midden op straat de kip op te eten en zei tegen mezelf: ‘Dit is me overkomen zodat ik de dingen in mijn leven meer zou waarderen.’ Ik heb geleerd te waarderen wat God mij heeft gegeven.”

In Brazilië, net als in veel andere landen, rust er een stigma op het leven op straat. Mensen kijken neer op mensen die dakloos of gewoon arm zijn. Tatiane benadrukt dat het belangrijk is om extreme armoede te begrijpen vanuit het oogpunt van mensen die het hebben meegemaakt. “Uit eigen ervaring”, zegt ze, “kan ik begrijpen waarom mensen op straat leven. Ik weet waarom ze in nood zijn en waarom ze handelen zoals ze doen. We moeten ons meer baseren op wat mensen in armoede zelf weten.”

“Ik wil niet meer leven van restjes!”

Met de hulp van haar schoonmoeder slaagde Tatiane erin van de straat te geraken. Ze verhuisde naar Caxambu in een tijd dat, zegt ze, “Er geen riolering was. Er was niets.” Het was aan haar om uit te zoeken hoe haar familie kon leven. Ze verknipte oude kleren om luiers voor haar kinderen te maken. Op marktdagen verzamelde ze samen met haar buren onverkochte goederen. Beetje bij beetje bracht het zij aan zij werken deze vrouwen dichter bij elkaar. Ze leerden hoe ze bij elkaar konden blijven en konden overleven.

Tatiane herinnert zich het geweld dat zij en andere vrouwen uit de buurt hebben ondergaan,

“Ik schaam me niet voor mijn leven of wat ik heb meegemaakt. Ik heb mijn kinderen zo goed mogelijk beschermd tegen de honger. Maar op een gegeven moment zei ik tegen mezelf: ‘Ik heb er genoeg van! Ik wil niet meer leven van restjes!'”

“Opeens was ik iemand”

Tatiane ontmoette ATD Vierde Wereld en raakte bevriend met mensen in de beweging. Toen ze meer over ATD te weten kwam, werd ze herinnerd aan haar eigen strijd.

“Er zijn dingen die je nooit vergeet!” legt ze uit. “Het ontmoeten van mensen [in ATD] heeft een enorme impact gehad op mijn leven. Mariana bracht iemand van de internationale leiding van ATD Vierde Wereld bij mij thuis. Dat heeft echt indruk op me gemaakt. Plotseling was ik iemand! Ze waren heel anders dan ik, maar we deelden dezelfde toewijding aan het beëindigen van armoede. We zagen allemaal dat we iets belangrijks gemeen hadden.”

 

“Vrouwen in nood zijn krijgers”

Vanaf dat moment kreeg Tatianes betrokkenheid een nieuwe impuls. Ze begon ontmoetingen te organiseren met vrouwen van de “Hill of Angels”. Zo’n ontmoeting is niet gebruikelijk voor vrouwen in armoede. Maar door deze ontmoetingen begon elke vrouw te zien dat er anderen waren met vergelijkbare levenservaringen. Toen ze zagen hoe ver ze waren gekomen en wat ze hadden meegemaakt, werden de vrouwen van de Hill of Angels trots op zichzelf.

Door al hun gesprekken klikte er iets voor Tatiane en de andere vrouwen. Zoals Tatiane uitlegt: “Hier zijn er veel vrouwen die vol verbeelding en wijsheid zijn, en die ook de armoede willen overwinnen. In feite geef ik de voorkeur aan vrouwen in nood omdat het krijgers zijn.  Zij willen boven hun extreme armoede uitstijgen. Als vrouwen moeten we ons verenigen om een einde te maken aan geweld. Maar als de vrouwen hier op de Hill of Angels lijden onder geweld, voelen we geen liefde meer voor onszelf. We kunnen het niet eens verdragen om onszelf in de spiegel aan te kijken!  Als je een vrouw uit de favela een spiegel geeft, kijkt ze meestal weg. Waarom kan ze zichzelf niet mooi vinden? Omdat we ons niet geliefd voelen. We hebben gewoon het gevoel dat we afval zijn. Maar dat ligt nu allemaal achter me. Ik wil dat leven niet meer. Ik wil een beter leven, ik wil een andere vrouw zijn.”

“We moeten alles doen wat we kunnen om een verschil te maken”

Tatiana’s zorg voor anderen gaat niet alleen over mensen. “Anderen” zijn voor haar alle levende wezens en de hele planeet. Over de pandemie gesproken, Tatiana beschrijft de situatie niet als apocalyptisch. “Ze zeggen dat de pandemie veel mensen heeft gedood, dat dit het einde van de wereld is,” zegt ze. “Maar dat is helemaal niet waar! Als we erover nadenken, kunnen we uit dit alles een les leren. Het is dringend nodig dat we allemaal samenkomen en nadenken over wat er echt toe doet en wat de wereld nodig heeft. Waar we ook zijn, wat kunnen we doen om dingen beter te maken? Er is niet genoeg liefde en vrede in de wereld van vandaag. Mensen verliezen alles en sterven. Dieren en de natuur worden voor niets opgeofferd. De wereld schreeuwt het uit, ze heeft hulp nodig! Maar we zullen altijd de liefde in ons hart hebben. Deze pandemie doodt mensen, maar het zal ons niet verslaan. We moeten alles doen wat in onze macht ligt om een verschil te maken.”

bron: atd-fourtworld.org