Het verslag van een dialoog tussen mensen in armoede en het beleid

Ook al zit armoedebestrijding nog lang niet in een stroomversnelling, de dialoog  met de overheid blijft open en heeft een stevige basis. Er is een Netwerk tegen Armoede voor Vlaanderen en Brussel. Verenigingen waar armen het woord nemen vinden en versterken er elkaar. Dat is ook zo in het Franstalig zusternetwerk. En dan is er bovendien een sterke schakel tussen de Verenigingen en het beleid: het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Daarover hebben we het met Hector Guichart en Vanessa Joos.

In 1992 wilde de regering dat mensen in armoede zouden meewerken aan een groot rapport, het Algemeen Verslag over de Armoede. Dat was nooit eerder gebeurd en het bracht een grote dialoog op gang. Die dialoog gaat nog steeds verder. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Vanessa: Die dialoog moet je zien als een tweerichtingsverkeer tussen mensen in armoede en het beleid, met het Steunpunt als tusseninstantie. Aan dat gesprek moeten de juiste voorwaarden gekoppeld worden zodat het geen schijndialoog wordt. Niet enkel het product van die dialoog speelt een rol; het is bovenal een leerproces. Mensen met verschillende posities, kennis en vaardigheden komen samen, waaronder mensen die niet vertrouwd zijn met dialoog, en voor hen is het belangrijk dat we die drempels wegnemen zodat zij ook mee rond de tafel kunnen zitten. Deelnemers kunnen deze overlegervaringen dan meenemen en onder dezelfde voorwaarden gesprekken voeren bij andere instanties.

Hector: We nemen als groep van ATD Vierde Wereld deel aan de officiële overlegdagen bij het Steunpunt. Het is heel belangrijk dat we ons daar goed op voorbereiden want we willen dat militanten spreken in naam van de groep en niet enkel voor zichzelf. En daarvoor is veel tijd en overleg nodig.

Wat is het Steunpunt? En wat is jullie rol daarin?

Hector: Het Steunpunt kiest om de twee jaar een nieuw onderwerp waarmee armoedeverenigingen en andere partners die met deze kwestie te maken hebben, aan de slag kunnen. Hieruit komen dan verschillende vragen en denkpistes. Dit jaar werkten we rond de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen. Van onze voorbereidingen maken we een verslag; al die ervaringskennis en de uitwisseling op het officieel overleg wordt door het Steunpunt in de vorm van beleidsaanbevelingen aan ministers overhandigd.

Vanessa: Naast dialoogmomenten doet het Steunpunt ook onderzoek; het is een bron van info voor alles wat met armoedebestrijding te maken heeft. Belangrijk ook is dat het een inter-federaal orgaan is: zij moeten advies geven op alle beleidsniveaus. Dat is goed, want armoede beïnvloedt alle levensdomeinen. Als armoedevereniging  verdedigen we het Steunpunt, maar zijn we ook veeleisend, zodat het een meerwaarde kan blijven bieden.

Hector: Als militant zie ik mijn rol om mijn kennis in te brengen, en niet enkel tijdens de vergadermomenten. Ik probeer aandachtig te zijn tijdens de pauzes want dan wordt er verder gepraat over het onderwerp en komen er nog interessantere dingen naar voor. Ik moedig mensen aan om dat later in te brengen in de vergadering.

Is er vandaag voldoende dialoog tussen mensen in armoede en beleidsmakers?

Hector: We weten te weinig over wat er gebeurt met de beleidsaanbevelingen van het Steunpunt nadat het bij de ministers of andere beleidsmakers terecht komt. Dat moet beter opgevolgd worden.

Vanessa: Ik sprak met een Franstalige parlementaire in Brussel; ze zei dat het goed is om een rapport te komen voorstellen en onder de aandacht te brengen, maar daarna mag het niet zomaar stoppen. De concrete beleidsuitvoering mist dus dialoog en we moeten tot werkvormen komen die meer continu en diepgaand zijn. Een permanente werkgroep met ambtenaren en kabinetsmedewerkers (het Steunpunt heeft er één in Franstalig België omtrent plaatsing van kinderen) kan een oplossing daarvoor zijn. Een continue en lange dialoog met beleidsmakers kan een mentaliteitsverandering teweeg brengen.

“De concrete beleidsuitvoering mist dus dialoog en we moeten tot werkvormen komen die meer continu en diepgaand zijn.”

Het Algemeen Verslag over de Armoede (1994) zorgde voor een grotere bewustwording van de armoedeproblematiek. Wat houdt het verslag juist in?

Vanessa: Het Algemeen Verslag over de Armoede haalt onderwerpen aan die de gemiddelde Belg niet meteen zou linken aan een leven in armoede. Bijvoorbeeld: armoede kan gezinnen ontwrichten of beïnvloedt de toegang tot cultuur. In dat opzicht is het al revolutionair. Daarnaast hebben mensen in armoede en beleidsmakers samen gezeten om dit verslag te maken, iets wat nog nooit eerder was gebeurd; normaal staat de ene groep tegenover de andere. Die manier van nadenken willen we met ATD Vierde Wereld ook uitdragen, maar gebeurt spijtig genoeg nog te weinig.

“Het Algemeen Verslag over de Armoede haalt onderwerpen aan die de gemiddelde Belg niet meteen zou linken aan een leven in armoede.”

En de voorstellen uit het Algemeen Verslag over de Armoede,  zijn die, 25 jaar later, gerealiseerd? Wordt dat opgevolgd?

Vanessa: Er zijn rechten zoals toegang tot (vol)waardig werk, goede en betaalbare huisvesting, het versterken van de sociale zekerheid en de toegang tot rechtspraak die 25 jaar geleden ook al hot topic waren en waar we nu nog steeds voor vechten. Eens iets gewonnen wil dat nog niet zeggen dat we dat recht voor altijd verworven hebben. De verbinding tussen armoede en mensenrechten moeten we blijven verdedigen. Helaas zijn we nu terug aan het vervallen in het voorwaardelijke: een ‘voor wat, hoort wat’ sociale zekerheid. De samenleving stelt zich de vraag: verdienen mensen dit wel? Moeten we ze niet straffen?

Hector: Het Netwerk tegen Armoede en Verenigingen waar armen het woord nemen én vrij kiezen om samen te komen zijn een rechtstreeks gevolg van het Algemeen Verslag over de Armoede. Daarentegen zijn er ook vzw’s ontstaan die armoede willen bestrijden via een specifieke invalshoek en zonder grote betrokkenheid van mensen in armoede. Die hebben geen kans op overleven. Een andere belangrijke verwezenlijking tegenover 25 jaar geleden is dat vandaag meer mensen recht hebben op een leefloon: vroeger was het afhankelijk van de gemeente waar je woonde of en hoeveel bestaansminimum je zou ontvangen.

Vanessa: Ook het culturele veld heeft duidelijk vooruitgang geboekt door de UITpas aan te bieden aan mensen in armoede en ervoor te zorgen dat ze aan (sterk) verlaagde tarieven op vakantie kunnen of lid kunnen worden van sportverenigingen.

Het Algemeen Verslag over de Armoede heeft duidelijk wat op gang gebracht. Maar na 25 jaar tonen de armoedecijfers nog altijd bar slecht weer. Hoe gaan jullie daar mee om? Wat maakt dat jullie toch blijven doorgaan?

Hector: De overheid wordt steeds zuiniger met het subsidiëren van armoedeverenigingen. De reden die ze geven is dat het geld beter meteen naar de mensen in armoede kan gaan in plaats van het eerst door te sluizen naar een middenveldorganisatie.

Vanessa: We moeten tegenwind blijven bieden. Als wij niet blijven strijden voor de rechten van mensen in armoede dan gaan we er enkel op achteruit. Hector heeft bijvoorbeeld meegedaan aan een onderzoek rond voedselhulp. Voedselbedeling is geen antwoord op het structurele armoedeprobleem maar wordt toch steeds meer gezien als een  oplossing. Als wij ons niet roeren, dan wordt voedselbedeling een normaliteit.

Wat mij ook erg motiveert is de collectieve intelligentie van mensen die in mensonwaardige situaties leven. Mensen veranderen door aan onze dialoog deel te nemen en diensten durven dingen anders aanpakken.

“Mensen veranderen door aan onze dialoog deel te nemen en diensten durven dingen anders aanpakken.”

Hector: Volgens mij zal er altijd armoede zijn. Door de komst van nieuwe armen in ons land en bepaalde beleidsbeslissingen zullen mensen zich in moeilijke situaties blijven bevinden.

Vanessa: Ik geloof dat we tot een goed uitgebouwde sociale zekerheid kunnen komen die een minimale waardigheid voor iedereen kan verzekeren. En daarvoor ligt de oplossing niet alleen bij mensen in armoede; het vraagt een mentaliteitsverandering van heel de bevolking. Mensen denken dat ze zullen moeten inboeten en dat schrikt hen af. Het vraagt tijd om mensen te overtuigen dat een ingrijpende verandering nodig is: meer menselijkheid die iedereen uiteindelijk ten goede komt.

Is er een nieuw Algemeen Verslag nodig?

Vanessa: In 1992, omschreef de overheid de opdracht tot een Algemeen Verslag over de Armoede als “een middel om de structurele oorzaken van armoede en bestaansonzekerheid grondig aan te pakken”. Er klonk toen van veel kanten hoop want eindelijk zou men de oorzaken van armoede aanpakken. De laatste jaren lijken we eerder in de tegenovergestelde richting te zijn geëvolueerd. Op 11 december vieren we met het Steunpunt het vijfentwintigjarig bestaan van het Algemeen Verslag over de Armoede. We zullen dan samen kijken naar de realisaties en de pijnpunten. De tweejaarlijkse verslagen van het Steunpunt (binnenkort komt 2018-2019 Duurzaamheid en Armoede uit) zijn al een soort actualisatie. Voor mij is het echter duidelijk dat het niet voldoende is om enkel kennis te verzamelen maar dat er ook echt in gesprek moet gegaan worden met individuele beleidsmakers. De dialoog moet verdergaan.

Hector: Een nieuw verslag is geen prioriteit. We moeten verder doen en blijven vechten. Aan alle geïnteresseerde militanten: wees welkom om deel te nemen aan onze dialoog.

 

Marte Lorent

Zie ook: www.armoedebestrijding.be

 

Vanessa Joos-Malfait is permanent werker bij ATD Vierde Wereld sinds 1996, en na verschillende opdrachten in het buitenland, vanaf 2018 nauw betrokken bij het Overleg van ATD Vierde Wereld met het Steunpunt.

Hector Guichart is ervaringsdeskundige en volontair bij ATD Vierde Wereld en neemt deel aan de vergaderingen voor het Steunpunt.