Europa en het gezin

Europese Volksuniversiteit

Begin februari kwamen delegaties van ATD Vierde Wereld uit acht Europese landen naar Brussel voor de 15de  Europese Volksuniversiteit. Ditmaal zette het Europees Parlement de deuren open en konden mensen in armoede voorstellen formuleren voor een Europees armoedebeleid.  Een van de thema’s was ‘het gezin’.

Dat is misschien een beetje vreemd, want de EU is niet bevoegd voor gezinsbeleid. Maar economisch en sociaal beleid, beleid rond werkgelegenheid, huisvesting, gezondheid en onderwijs hebben allemaal positieve of negatieve gevolgen voor de levenskwaliteit van gezinnen. De Europese Unie heeft dus hefbomen om het leven van gezinnen te verbeteren.

 

Ons uitgangspunt: hoe leven gezinnen in armoede vandaag? Wat belemmert of bevordert hun gezinsleven?

“Als je in onzekerheid leeft  is het moeilijker om goed te leven als gezin; de maatschappij moet de middelen garanderen om waardig te leven.” (Volksuniversiteit Centre-Loire, Frankrijk)

Het gebrek aan financiële middelen betekent dat gezinnen voortdurend in angst leven en worstelen om in essentiële behoeften te voorzien zoals huisvesting, voedsel, opvoeding van kinderen, het betalen van rekeningen, enz. Maar het verhindert ook de  toegang tot een sociaal leven te midden van anderen: toegang tot cultuur, vrije tijd, vakantie, enz.  Zo hebben veel ouders er last van dat ze hun kinderen niet kunnen geven wat hen in staat zou stellen om als andere kinderen te zijn (dezelfde kleren, speelgoed, hobby’s, enz.).

“Mensen worden gestraft als ze samenleven. Als dat zou stoppen, zouden de mensen weer samenwonen en zouden er meer woningen  vrij komen.” (Volksuniversiteit Vlaanderen, België)

Samenleven met anderen onder hetzelfde dak om elkaar te helpen en om hulpbronnen te delen wordt niet gewaardeerd, maar wordt in veel landen ontmoedigd. Inderdaad, mensen die van uitkeringen leven, zien deze uitkeringen afnemen als ze iemand in huis nemen, zelfs als het een familielid is. En dat terwijl deze uitkeringen vaak ver onder de armoedegrens liggen.

“Het is waar dat we in onszelf opgesloten blijven door de manier waarop mensen naar ons kijken. Ik heb het op school meegemaakt. Zelfs met een salaris leven we nog steeds in een wereld van armoede.” (Volksuniversiteit Normandië, Frankrijk)

Het leven in onzekerheid leidt tot discriminatie en stigmatisering door buitenstaanders waardoor gezinnen vaak op zichzelf terugplooien.

*

In alle bijdragen werd gewezen op de plaatsing van kinderen, die vaak voortvloeit uit een gebrek aan inkomen, moeilijke materiële omstandigheden en stigmatisering van arme gezinnen.

Het gezin wordt niet voldoende als geheel beschouwd: kinderen en ouders komen tegenover elkaar te staan, er wordt niet genoeg moeite gedaan om de capaciteiten van het gezin te behouden en te herstellen.

­*

Regio’s of landen met veel werkloosheid hebben nog een ander probleem. In veel gevallen moeten leden van arme gezinnen ver weg van huis gaan werken, vaak in een ander land. Zelfs als deze baan hen een beter inkomen geeft, zal het vaak niet genoeg zijn om met het hele gezin te verhuizen. Kinderen worden voor lange tijd toevertrouwd aan familieleden en het is moeilijk om goede banden te onderhouden tussen ouders en kinderen of tussen partners in een koppel, als er één van hen ver weg gaat werken.

 

Bert Luyts

De slotbeschouwingen door Isabelle Pypaert Perrin kan je hier lezen.

P.S.: Binnenkort lees je meer over de eindbesluiten van deze Europese Volksuniversiteit.