Een tandem van ervaring en theorie

Interview met Heidi Degerickx en Cindy Van Geldorp van het Netwerk tegen Armoede

 

Cindy en Heidi, kunnen jullie wat meer vertellen over julliezelf?

Cindy: Ik ben ervaringsdeskundige en werk sinds 2018 als stafmedewerker communicatie en vorming voor het Netwerk tegen Armoede. Samen met Heidi ben ik ook medewoordvoerder. Ik groeide op in Antwerpen als jongste van 3 kinderen. Als tiener leerde ik via een vriend de jongerenwerking kennen van Recht-Op (vereniging waar armen het woord nemen), waar ik een tiental jaar actief ben geweest. Via Recht-Op ben ik vormingen en getuigenissen gaan geven over armoede. Voor ik bij het Netwerk aan de slag ging, heb ik onder meer gewerkt als ervaringsdeskundige bij Bindkracht vzw en als straatveger bij de stad Antwerpen.

Heidi: Ik ben sinds 2021 algemeen coördinator van het Netwerk tegen Armoede en medewoordvoerder. Tijdens mijn studie sociale agogiek ben ik voor het eerst in contact gekomen met armoede. Mijn stage bij een thuisbegeleidingsdienst was voor mij een existentiële ervaring. Ik kon niet plaatsen dat hulpverleners aan huis kwamen bij gezinnen voor opvoedingshulp, zonder oog te hebben voor alle andere problemen, zoals gezondheidstoestand, slechte huisvesting,… . Ik heb daarna mijn thesis geschreven rond het onderwerp  ‘hoe respectvol hulpverlenen aan mensen in armoede’. Voor mij was die hulpverlening niet respectvol, omdat die maar met een bepaald aspect wou of kon rekening houden. Ik leerde al snel BMLIK kennen en ging mee met een gezinsvakantie van Centrum Kauwenberg.[1] Na mijn studies kon ik aan de slag als schoolopbouwwerker bij Mensen voor Mensen (vereniging waar armen het woord nemen, in Aalst). Ik heb daar 10 jaar gewerkt. Daarna ben ik aan een doctoraat begonnen rond het belang van de verenigingen en ervaringsdeskundigheid.

We vallen meteen met de deur in huis. Heel veel mensen liggen wakker van hun energiefactuur.

Heidi: Energie is nu voor veel mensen onbetaalbaar geworden. Via de VREG horen we dat mensen zichzelf massaal aan het afsluiten zijn, ze draaien zelf de gaskraan toe. Wij verwachten deze winter dan ook heel veel volk bij onze verenigingen. Tegelijkertijd is de energiecrisis een momentum voor onze strijd. Wij voeren al jarenlang strijd tegen energiearmoede en nu staat het eindelijk terug op de politieke agenda. 15 jaar geleden kwam ik bij mensen thuis die volledig afgesloten waren van energie: ik herinner me een gezin met 5 kinderen en een kaarsje op tafel. We zijn er ondertussen op vooruitgegaan: de basislevering elektriciteit is van 6 ampère naar 10 ampère opgetrokken, het systeem van de budgetmeter is ingevoerd en het sociaal tarief is in leven geroepen. Maar we zijn er nog niet. Wij pleiten voor een structurele verankering van het uitgebreide sociaal tarief.[2] Voor al die mensen maakt dat sociaal tarief een enorm verschil.

Cindy: Wat je nu vaak hoort, is dat we met z’n allen moeten besparen om de energiecrisis tegen te gaan. Onze verwarming lager zetten, minder douchen,… Dat zijn allemaal dingen die mensen in armoede sowieso al doen. Mensen in armoede hebben niet de ruimte om nog meer te besparen. Vaak hebben ze ook geen keuze: als je huurt of in een sociale woning woont, dan kan je zelf niet bepalen hoe geïsoleerd je huis is of met welk verwarmingssysteem je huis wordt opgewarmd.

 Wat ons brengt bij het thema wonen.

Heidi: De energiecrisis gaat hand in hand met de wooncrisis. De kwaliteit van woningen is doorslaggevend om de energiecrisis te overwinnen. Op de private huurmarkt zijn de woningen in slechte staat. De groepen met de minste middelen wonen in de slechtste woningen en die kosten het meest om te verwarmen.

Cindy: Als je over armoede spreekt, komt het thema wonen altijd opnieuw naar voor. Daarom was het recht op wonen ook het thema voor 17 oktober. De belangrijkste eis van het Netwerk is meer sociale woningen, die kwalitatief en betaalbaar zijn, dit wil zeggen dat maximum een derde van je inkomen naar de huur mag gaan.

Heidi: Onze eis voor meer sociale woningen is helaas een eis op lange termijn. Ondertussen moet je zorgen voor flankerend beleid: inzetten op de private huurmarkt en die ontzorgen, bijvoorbeeld via sociale verhuurkantoren. Een systeem invoeren van geconventioneerde huur. Ook samenwonen stimuleren kan een deel van de oplossing zijn, zowel voor de woon- als de energiecrisis.

Cindy: Dat laatste kan alleen maar als het statuut samenwonende wordt aangepast.[3] Onder mensen in armoede is de solidariteit groot, ze nemen elkaar in huis, maar ze worden hiervoor afgestraft. Dit leidt tot dakloosheid. Uit de laatste tellingen blijkt dat er enorm veel kinderen en gezinnen op straat leven. En dan heb je ook nog de zogeheten ‘sofaslapers’, mensen zonder vast adres die slapen bij vrienden en steeds van sofa naar sofa moeten verhuizen. Dit zorgt voor enorm veel stress, zeker als je op zoek bent naar een job.

Heidi: Eigenlijk komt het hierop neer: een goede woonst zorgt voor een basisveiligheid. Weten dat je huis een thuis is, is cruciaal om vooruit te geraken in het leven. Ik ken verschillende mensen die hebben kunnen studeren omdat ze als kind in een sociale woning woonden.

Cindy: Gezinnen die in een sociale woning kunnen wonen krijgen meer financiële en mentale ademruimte. Ze krijgen ruimte om verder te strijden voor een goede toekomst voor zichzelf en hun kinderen.

Nu we het over kinderen hebben, hoe kijken jullie naar de discussie over de indexering van de kinderbijslag?

Heidi: Sinds het Groeipakket Vlaamse materie is geworden, is er gekozen voor een zeer hoog basisbedrag aangevuld met een sociale toeslag. Op dat vlak is het herverdelend effect van de kinderbijslag weg. Wat wel goed is, is de automatische toekenning. Daarvoor waren er een heleboel kwetsbare gezinnen die de kinderbijslag niet aanvroegen omwille van de administratieve last. In die zin is het Groeipakket juist wel herverdelend. Wat de indexering betreft, die gaat terug van 1% naar 2%. Aangezien de huidige inflatie 10% bedraagt, kunnen we spreken van een druppel op een hete plaat. Daartegenover staat wel dat de sociale toeslag zal verhoogd worden met 15 euro, wat goed nieuws is voor onze gezinnen.

Cindy: Het groeipakket is en blijft een goed instrument om gezinsarmoede aan te pakken. Want kinderarmoede is gezinsarmoede: kinderen staan niet op zichzelf. Kinderarmoede kan je niet bestrijden zonder de volwassenen te betrekken.

Heidi: Als je de strijd tegen armoede enkel voert vanuit het kinderrechtenverhaal, dan knip je dat af van het feit dat die kinderen in de context van een gezin opgroeien. Wij zijn geen gezinsbeweging, maar wij plaatsen het kind altijd in zijn context, het gezin, en niet tegenover de ouders.

In het debat rond kinderarmoede komt vaak het beeld van de “lege brooddoos” naar voor.

Heidi: We spreken liever over kansen op school. Eten is daar één aspect van. Ook hier speelt de context van armoede in het gezin. En ook weer het belang van een goede woning waar huiswerk maken mogelijk is . Er is nu een alliantie opgericht om te werken aan de kwaliteit van de leermiddelen. Een deel van de kwaliteit is dat alle kinderen hun leermiddelen hebben! Het probleem van de lege brooddozen oplossen door scholen te verplichten om voor alle leerlingen een maaltijd te voorzien, dat kan voor sommige scholen grote logistieke problemen veroorzaken, zeker nu na corona veel is afgebouwd.

Wordt onze samenleving harder, ieder voor zich?

Heidi: Ik zie vooral een golf van nieuwe filantropie: er ontstaan nieuwe voedselbanken, er wordt van alles ingezameld en verdeeld, van boekentassen tot maandverband.  Is dat we nodig hebben? Nee, maar het is hoopgevend om te zien dat er zoveel oproepen zijn tot warme solidariteit. Het is aan ons om te zoeken hoe we die solidariteit op een goede manier kunnen aanspreken, hoe we die betrokkenheid op elkaar op de juiste manier vorm kunnen geven. We moeten mensen die zich willen engageren overtuigen om eerst te gaan luisteren naar wat mensen echt nodig hebben.

Wat is de rol van  de verenigingen waar armen het woord nemen? Kunnen ze echt de motor zijn voor een samenleving zonder armoede?

Cindy: Zonder Recht-Op zou ik niet staan waar ik nu sta. Onze verenigingen zijn een plek waar mensen kunnen binnenlopen, heel  laagdrempelig, met de vrijblijvende mogelijkheid om door te groeien. De samenwerking met geëngageerde medewerkers, medestanders en andere mensen in armoede zorgt ervoor dat mensen zich kunnen overstijgen en hun verhaal breder kunnen open trekken. En uiteindelijk stappen kunnen zetten richting beleidsparticipatie.

Heidi: Onze verenigingen zetten in op zowel de basiswerking (mensen verenigen, nieuwe mensen zoeken) als op themawerking. Via onze themawerking doen we aan structurele armoedebestrijding. Ons vertrekpunt hierbij is altijd de ervaringskennis van mensen in armoede. Die kennis kruisen we met theoretische kennis. Je hebt de twee nodig om gehoord te worden, daarom werken Cindy en ik altijd in tandem.  In die samenwerking zit onze kracht.

[1] Zowel BMLIK (Beweging van Mensen met Laag Inkomen en Kinderen) in Gent, als Centrum Kauwenberg in Antwerpen zijn erkend als verenigingen waar armen het woord nemen, maar bestaan al langer.

[2] Het sociaal tarief is uitgebreid naar iedereen met verhoogde tegemoetkoming. Vroeger kreeg je sociaal tarief op basis van bepaalde statuten. In principe loopt de uitbreiding af op 31 maart.

[3] De bedragen van sociale uitkeringen worden verminderd indien je samenwoont met iemand, ongeacht of je een gezin vormt of niet.

0
    0
    Je winkelmand
    Your cart is emptyNaar vorige pagina