Een gemeenschappelijke wereld

Het is alsof een groot deel van de leidende klassen tot de conclusie is gekomen dat er op aarde niet genoeg plaats meer is voor henzelf én voor alle andere mensen.

(Bruno Latour)

Klimaatontkenners en de ongelijkheid in de wereld die explosief is toegenomen: dat zijn twee delen van eenzelfde verschijnsel.  Een gewaagde stelling van de Franse filosoof Bruno Latour.  Vanaf de jaren tachtig, zo legt hij uit,  is op steeds grotere schaal waargenomen dat de verhoudingen tussen Aarde en mensen hachelijker werden. Die waarheid is heel hard aangekomen bij de elites. Ze zijn er zozeer van overtuigd geraakt dat er geen toekomst is voor iedereen dat ze hebben besloten zich zo snel mogelijk te ontdoen van alle lasten van de solidariteit.  Ze bouwen een vesting om zich te redden en ontkennen ondertussen het dreigende gevaar. Of met het beeld van de Titanic: ze maken zich meester van de reddingsboten en ze vragen het orkest om zo lang mogelijk slaapliedjes te blijven spelen voor de anderen. Een complottheorie? Nee, er is wel degelijk een grootschalige beweging die zich aan elke vorm van dwang en verplichting wil onttrekken, die zich letterlijk en figuurlijk wil terugtrekken in een belastingparadijs. Dat is ook wat Donald Trump duidelijk maakte door uit het Parijse klimaatakkoord te stappen. ‘Wij, Amerikanen, behoren niet tot dezelfde aarde als jullie. Die van jullie mag dan bedreigd zijn, die van ons zal dat niet gebeuren!’ Het ideaal van een gedeelde wereld leeft niet langer in wat tot nu toe het ‘Westen’ heette.

We zijn te lang blijven hangen in een haast frontale tegenstelling tussen ‘sociale’ en ‘ecologische’ conflicten. Er moet niet gekozen worden, zegt Bruno Latour. We moeten de sociale kwestie opnieuw oppakken en verhevigen tot een geo-sociale kwestie. Als we spreken over natuur of klimaat, dan hebben we het beter over ‘territorium’, levensterrein. Dat is geen specifieke plaats. Het gaat over wat we nodig hebben voor ons bestaan. Wij en andere wezens waar we afhankelijk van zijn, van vogels en bodembacteriën tot bossen.

 

Volhouden zoals de feministische strijd, de arbeidersstrijd en de mensenrechtenbeweging

Erik Swyngedouw is professor sociale geografie aan de universiteit van Manchester en een veelgevraagd spreker. Je kan hem zien en horen in tal van filmpjes op Youtube.  Klimaat en politiek is een van zijn grote thema’s. Vaak wordt het debat veel te eng gevoerd, vindt hij.

Er is niet zoiets als ‘de mens’ die invloed heeft op de natuur, het gaat over een kleine groep mensen die een grote invloed heeft. De ontkenning van de sociale gelaagdheid van de maatschappij verhindert dat het debat ten gronde wordt gevoerd. Wat moeten we doen? Niet de wetenschap kan dat bepalen, maar het debat tussen individuen en sociale groepen, dat is democratie.

Het gaat niet om een klimaatcrisis, zegt Swyngedouw, want een crisis is per definitie van voorbijgaande aard. We moeten het hebben over mutaties, grondige veranderingen. Als je kijkt naar eerdere mutaties dan merk je dat die er pas komen door aanhoudende politieke strijd. De feministische strijd, de arbeidersstrijd en de mensenrechtenbeweging in de VS zijn klassieke voorbeelden.

En de keuzes die een samenleving maakt hebben vervolgens grote gevolgen voor individuen. Zelf is hij opgegroeid in een dorp in Vlaanderen in de jaren ’60 en was hij de eerste in zijn familie die naar de universiteit kon gaan. ‘Met dank aan het Belgisch systeem.’

 

Wie mag duurzaam overleven?

Duurzaamheid is een misleidend begrip. Sommige steden zijn veel aangenamer om in te leven dan andere, stelt Swyngedouw.  Maar wat als de slimme technologieën waar ze op steunen gebaseerd zijn op de exploitatie van bronnen in het zuiden? Slechts een deel van de natuur en de mensheid wordt gered. Wie mag duurzaam overleven? Wie krijgt geen reddingsboei?

De gevolgen van de klimaatopwarming zijn sociaal en geografisch ongelijk. ‘Sommigen gaan er fantastische voordelen uit halen.’ Swyngedouw verwijst naar verzekeringsmaatschappijen die nu al riscico’s berekenen. En als de Beringstraat, de zee-engte tussen de Verenigde Staten en Azië, niet langer bevroren is ontstaat een nieuwe handelsroute waar China zijn voordeel kan mee doen. Als de permafrost in de Russische taïga ontdooit wordt dit de grootste graanschuur van de wereld, terwijl bodems in andere delen van de wereld tegen dan hopeloos onvruchtbaar zijn.

 

Wat willen we?

‘Het is vaak een negatief toekomstbeeld dat ons aanzet om iets te gaan doen’ zegt Swyngedouw.

‘Ik denk dat er dringend nood is aan de verwoording van een positieve politieke verbeelding. Met andere woorden een antwoord op de simpele vraag: wat willen we? Een duurzame, gelijke democratische samenleving waarin iedereen gelukkig is. Hoe noemen we dat? Wat is de naam, de politieke naam?

M.T. Poppe

 

Als we niet in staat zijn om collectief te handelen dan is dat in de eerste plaats omdat het we het idee van het algemeen belang overboord gegooid hebben (…). Meer en meer voelen we dat de verschillende sociale klassen niet meer in dezelfde wereld leven, niet meer dezelfde realiteit delen. De rug toekeren naar wat een gemeenschap maakt en een maatschappij opbouwt, voedt de verleiding om zich op zichzelf terug te plooien, een individueel ‘redde wie zich redden kan’. Deze trend moet dringend omgebogen worden. Oplossingen kunnen niet anders dan collectief zijn.

Aan iedereen het vermogen geven om te leven. Oproep voor een sociaal en ecologisch pact, Frankrijk, 66 voorstellen ondertekend door 19 organisaties, waaronder ATD Vierde Wereld

 

Latour Bruno, Waar kunnen we landen?, Octavo, Amsterdam, 2018
Swyngedouw Erik, Youtube
Freke Casset en Laura Baets , Duurzaamheid als fantasie, Interview met Erik Swyngedouw, Agora, 2018-1