Zoeken naar een aangepaste vaarroute – Dagboek vanuit De Takel in Oostende

We kunnen niet naar zee, ook niet voor het geplande interview met Kristine  Decroos, verantwoordelijke van dagcentrum De Takel in Oostende en medestander van ATD Vierde Wereld Kust. Daarom houdt Kristine voor ons een dagboek bij. Vijf dagen, van maandag 30 maart tot vrijdag 3 april. Het relaas van het dagelijkse leven dat op z’n kop gedraaid is en de gedachten die daaruit voortvloeien. Meer dan we hier kunnen weergeven.

“Het samen op weg gaan met ‘gekwetste’ gezinnen lag me van meet af aan. Voeling krijgen met mensen die leven in armoede was moeilijker. Ik worstelde met de vraag hoe ik ouders en kinderen voldoende kon ondersteunen als onze werelden zo ver uit elkaar liggen. Zelf ouder worden dichtte de kloof, doch onvoldoende. Na een zevental jaren, en intussen moeder van mijn vierde telg, leerde ik ATD Vierde Wereld kennen. Een openbaring voor mij: de ontmoetingen en kennis open(d)en mijn ogen en hart voor mensen die ik dagelijks ontmoet”.

Maandag

‘De lockdown is twee weken oud. Mijn man werkt grotendeels thuis, dochter Dagmar is winkelbediende en mag niet meer werken, studente Annelies blijft in Leuven. De drie oudste kinderen wonen niet meer thuis. Voorlopig geen gezamenlijke gezinsontmoetingen, dat mis ik wel. Ikzelf fiets dagelijks naar mijn werk.’

In De Takel is het zoeken. In normale tijden kunnen jongeren tussen 6 en 18 er terecht buiten de schooltijd. Jongeren in een bubbel van opvoedingsvragen. Al vlug kwam aan het licht dat sommige gezinnen, zowel van jongeren van het dagcentrum als van het jeugdhuis, zwaar geraakt worden door de crisis en echt honger lijden. Niet iedereen heeft de mogelijkheden om ‘veerkrachtig’ te reageren op deze crisis, merkt Kristine op. ‘We willen tijdelijk verrassingspakketten schenken aan minstens 25 gezinnen en enkele laptops ter beschikking stellen aan jongeren of ouders die online uitgesloten zijn.’ Kristine begint de dag met een bezoek aan de grote voedingszaak waar ze boodschappen doet voor de Takel en nu ook een gesprek heeft met de verantwoordelijke. ‘Bingo! De zaak wil mee het project ondersteunen waarvoor we ook steun vroegen aan de Koning Boudewijnstichting.’

Dan naar de Takel. ‘Een mama klampt mij overstuur aan. Zo houdt ze het niet vol. Haar tweede oudste komt naar het dagcentrum, ze heeft nog drie kinderen en staat er alleen voor. Ik luister naar haar grote zorgen en frustraties. De kleintjes mogen niet naar de opvang in de crèche en op school omdat zij niet werkt. Ik stel voor dat ik ook nog eens probeer te bellen.’ Later op de dag kan Kristine het goede nieuws melden dat de opvang in de school toegestaan wordt.

‘We starten met de studie. Het is voor iedereen wennen. Zeker voor de kinderen uit de lagere school. Elke school pakt de opdrachten op een andere manier aan. Ook onze vaardigheden als begeleiders dienen aangescherpt!’

‘We beslisten om te werken in groepjes van maximum drie kinderen.’ Niet iedereen kan op elk moment terecht. Kinderen moeten thuisblijven, ook als ouders aangeven het niet meer te zien zitten. Pijnlijk voor het team. ‘Het enige wat we kunnen doen is de ouders aanmoedigen in hun kracht te blijven staan. Een begeleider kan ook hun kind ophalen en een uurtje samen wandelen. De begeleiders die werken van thuis uit chatten met ouders of kinderen, spreken af met andere hulpverlening,… Nu valt het des te meer op hoe zinvol het is dat wij als hulpverleners er werk van maken om een goede relatie met jong en oud uit te bouwen. Ik geniet ervan hoe de kinderen huppelen door ons huis. Het is fijn te zien hoe zij hun last van hun schouders kunnen gooien.’ ‘Na het middageten heb ik permanentie en wachten er heel wat mails op een antwoord. Ik spijker de richtlijnen voor de derde keer bij. Halfweg maart gaven we aan de ouders de keuze om hun kids thuis te houden of naar het dagcentrum te laten komen. Dat er nu twee weken later geen weg meer terug is, is een streep door de rekening van sommigen. Hoe kan je in godsnaam inschatten of je het alleen kan beredderen thuis? Er is de druk van schoolwerk en de kinderen moeten een hele dag thuis zitten. Ook bij begeleiders komen deze noodkreten harder dan ooit binnen. Online hulp verlenen betekent ook dat je als het ware binnenvalt in het leven van mensen. Je bent mee getuige van spanningen. Chapeau dat mensen dat toelaten.’

‘Vanavond werk ik nog wat door, om 20u applaudisseer ik samen met de overburen van de Takel uit solidariteit met zovelen. Hop, nu mijn fiets op en naar het strand! Ik kan niet beschrijven welke diepe dankbaarheid ik voel dat ik dat kan. Een ware zegen!’

Dinsdag

‘Vandaag start mijn werkdag om 8 uur. Ik had gisteren de mama aangeboden om deze week één van de kleintjes naar de schoolopvang te brengen. Ik herinner me hoe hectisch het ’s morgens kan zijn om alle kids op tijd klaar te maken en weg te brengen. De kleine meid is eerst wat onwennig, maar onderweg komt ze los. Het is best nog een eind stappen naar de school, ver om dit dagelijks te voet te doen met je kroost.’ ‘Als ik toekom in het dagcentrum staan twee collega’s vrolijk te tateren. Oef. Ik besef hoe zwaar deze tijd hun valt en hoe moeilijk het is om de balans tussen werk en privé gevoelsmatig in evenwicht te houden. Een collega, die twee weken ziek was, bakte éclairs om een jarige jongere te trakteren! En wij vielen mee in de prijzen: lekker!’

‘Deze morgen sta ik in de studie. Een veertienjarige kreeg een leuke opdracht: 10 kaartjes versturen naar familie of vrienden.

“Op mijn tocht naar de Takel bedenk ik dat er twee belangrijke inspirators zijn die bepalen hoe ik mijn taak als verantwoordelijke draag. Don Bosco, die aan de basis ligt van de Salesiaanse gemeenschap waar De Takel toe behoort en Joseph Wresinski, stichter van ATD Vierde Wereld. Hun voorbeeld geeft mij het recht om ruimte te zoeken en te nemen om er te blijven staan voor de meest uitgeslotenen, mensen die het goed bedoelen en talenten hebben maar op velerlei vlak tegenspoed kennen. Om de richting die ik samen met anderen vaar voldoende kracht bij te zetten heb ik de medestanders en militanten van ATD Vierde Wereld nodig. Het leren ‘klein’ kijken naar grootse dingen die gebeuren in mensenlevens is van zo’n primordiaal belang. Als verantwoordelijke is het ook mijn opdracht om daar het voortouw in te nemen, naar mijn collega’s, maar ook naar alle anderen die op mijn pad komen!”

Een actie ondersteund door de post. De leerkracht zal niet weten dat dit heel wat opzoekwerk en creativiteit vraagt als je gezin weinig contact heeft met familie en jij als puber enkel ‘ongeveer’ weet waar je vrienden wonen. Maar het is ons gelukt dankzij google maps, adressenlijsten en enkele Messenger berichten. Ook de begeleiding krijgt een kaartje! Ik neem alvast dat ideetje mee! Mijn kids en ouders, mijn metekind en enkele vrienden: laten weten dat we elkaar missen!’

‘Mijn oudste dochter belt me, of ik al pampers vond voor het gezin in nood? Ze zag een mooie aanbieding online. Super! Ze heeft ook kleertjes gevonden voor een jongetje van anderhalf jaar. Coronatijd of niet, kinderen groeien uit hun kleren. Het ruilhoekje is gesloten. Mercietjes lieve dochter van mij.’

Woensdag

“Don Bosco was een Italiaanse priester die in de 19de eeuw de kaart trok van uitgesloten jongeren. Samen met heel wat helpers, gaf hij hen onderdak, les, onderricht in geloof & maatschappelijke waarden en ontspanning. Een preventief opvoedingsproject dat uitgaat van ieders talenten en kwaliteiten. Tot op vandaag in grote lijnen de spirit van waaruit we ook in de Takel werken. Dertig jaar geleden, na mijn studies, begon ik hier als begeleidster”.

‘De studenten halen leuke ‘vertederende’ grapjes uit. Het is één april, nietwaar? Vanmorgen een aantal dringende betalingen uitgevoerd en de loonprestaties doorgegeven.’ Net voor het middageten heffen we het glas met kidibull. De Takel bestaat vandaag 32 jaar! Welke tijden het ook zijn, in een huis van Don Bosco leer je om te blijven feesten. En dat is een constructieve ingesteldheid, weet ik uit ondervinding!’ ‘Enkele jongeren schilderen met een begeleidster ‘dank u’ op een laken. De kinderen mogen met een collega in ons moestuintje planten en zaaien. Ik dacht eraan om voor alle collega’s een bloemetje te kopen als gebaar van appreciatie maar er waren er geen te koop. Ik ben trots op ons team: het beste blijven doen, met en voor de meest kwetsbaren.’

‘Met mijn collega Biju sta ik vanmiddag stil bij concrete vragen van enkele jongeren. In het jeugdhuis komen meer dan 140 jongeren, van verschillende origine en vaak ook met een rugzak aan traumatische ervaringen. De vier jeugdhuizen die de stad Oostende rijk is werden op 13 maart gesloten. Hoe hou je zonder ontmoetingsmogelijkheden de vinger aan de pols bij deze jongeren? We kwamen er al gauw achter dat ‘mister digitaal’ slechts beperkt mensen verbindt. We zoeken verder!

Nog een babbel met een collega, de voorbereiding van de teamvergadering morgen, en mijn dagtaak zit er weer op. Na het avondeten, doe ik deze keer een wat kortere, maar deugddoende wandeling aan de waterlijn van onze Oostendse Noordzee: zalig!’

Donderdag

‘Vandaag lijkt de dag op de voorgaande en is toch weer compleet anders. Al voor mijn huisgenoten ontwaken, ben ik onderweg. Teamoverleg, deels online, deels live. Ik typ een nieuw voorstel uit voor de werkorganisatie volgende week, de zogenaamde paasvakantie. Geen driedaagse uitstap, geen sponsortocht voor Broederlijk Delen, geen uitstap naar het Berenbad en het stadion van Club Brugge. We besluiten om toch geen studiemomenten in te richten en zullen ontspanning organiseren in kleine groepjes.’

‘We hakken een moeilijke knoop door en beslissen dat enkele jongeren die tot nu toe thuis bleven, kunnen aansluiten. Veiligheid voor onszelf, veiligheid voor de kids, haalbaarheid voor de ouders en haalbaarheid voor de kids, dat moesten we in de afweging meenemen.’

‘’s Middags loopt het moeilijk: een jongere gaat door het lint gaat en valt een begeleider aan. De collega krijgt de rest van de week rust. Een ander collega springt in om er met de rest van het groepje een aangename namiddag van te maken. Met mijn groepje maak ik een fietstocht richting het domein van Prins Karel. Ik toon de bunkers waar ik vroeger met mijn kinderen kwam spelen. Onze kokkin Erna bakte lekkere pannenkoeken voor het vieruurtje!

Vanavond enkele kaartjes schrijven en een telefoontje naar mijn ouders, allebei een eind in de tachtig. Het is hard dat ik hen niet kan opzoeken. Gelukkig volgt mijn zus hen goed op. Ik verneem dat een zus van mijn papa is overleden: ons lief tante nonneke van in de negentig, waar we veel respect voor hebben. Ze werkte jaren in het ziekenhuis en had een speciaal zorgend oog en luisterend oor. We mogen niet naar de begrafenis gaan. Pijnlijk maar begrijpelijk.’

‘Vandaag loopt het werk uit en is het te laat voor een avondwandeling. Ik ben zo dankbaar dat ik kan samenwerken met heel gedreven mensen die bereid zijn om veel water bij de wijn te doen als de nood hoog is!’

Vrijdag

‘Verontrustend nieuws: de man van een collega heeft mogelijks corona. Uit voorzorg mag ze van de dokter niet komen werken. Terecht, we mogen geen risico lopen. Samen met de collega’s herschikken we onze taken. Met mijn collega van het jeugdhuis bespreek ik hoe we het Covid 19-project – we kregen positief nieuws van de Koning Boudewijnstichting – tot uitvoer kunnen brengen. Een serieuze uitdaging maar we gaan ervoor! Vanmiddag zet ik de administratieve lijnen uit en contacteer ik onze chef-kok. Hij is sinds twee jaar één van onze onschatbare vrijwilligers. Elke maand kunnen we op hem rekenen voor een schitterende workshop met ouders, kinderen, jongeren. Hij wil ook aan dit project meewerken.’

‘Tussendoor komen nog enkele begeleidingsvragen op mij af. Wanneer de kinderen huiswaarts keren, wens ik de ouders en kids een goed weekend toe. Dat gebeurt allemaal in onze voortuin omdat wij geen ouders meer mogen binnen laten. Nu begrijp ik wat een militant bedoelde toen we brainstormden over hoe een Vierde Wereldhuis in Oostende er zou moeten uitzien, als we er ooit één kunnen bouwen. Zij zei dat er zeker een voortuin moest zijn. Dat is laagdrempelig: mensen die ons niet kennen en uitgenodigd worden om een babbeltje te slaan in de voortuin zullen gemakkelijker binnen komen. Ik vond het een mooi idee zonder de draagwijdte ervan te snappen. Maar nu ondervind ik dagelijks (zeker als het niet regent) hoe het kunnen ontvangen en spreken aan een deur met een voortuin uitnodigend werkt. De collega belt me op met het nieuws dat haar man toch niet besmet blijkt. Oef, wat een geruststelling. Volgende week kunnen we terug op haar rekenen.’

Klaar voor het weekend? ‘Er staat nog heel wat op mijn to do lijst. Ik bel naar huis dat ik nog wat overwerk en verzaak voor de tweede dag op rij aan mijn strandwandeling. Ik beloof mezelf het morgen beter te doen!’