De basisopties werden mijn graadmeter

Isabelle Maes was acht jaar voorzitter van ATD Vierde Wereld Vlaanderen. In mei gaf ze de fakkel door aan Ides Nicaise.  We vroegen haar om in het eigen archief te duiken, dat teruggaat tot 1982, toen ze net geen 23 was. “Waarom mijn engagement blijft duren? Er zijn zoveel sterke momenten geweest en stappen vooruit.”

Een steen verleggen

Wat ik bij klimaatjongeren herken is het verlangen om je in te zetten voor iets wat groter is dan jezelf. Wellicht doorgronden ze de klimaatverandering niet in al zijn facetten en sommigen haperen al eens als het op consequentie aankomt. Maar ze begrijpen wat er op het spel staat. Ze zijn geraakt en doen een oproep. Op een cruciaal moment verleggen ze op deze manier een steen in de rivier.

Als jonge leerkracht verlangde ik naar een engagement naast mijn job. Ik keek in de richting van organisaties die ik kende, maar het liep anders. Ik was ook bibliothecaris in de bib van Spiere-Helkijn. Daar zag ik een flyer die een boekje aanprees: ‘Witboek. De Vierde Wereld in België.’ Ik bestelde het, persoonlijk. Zo kwam ik in het adressenbestand van ATD Vierde Wereld. Ik werd uitgenodigd voor een informatieweekend, ontmoette andere mensen en las nog meer boeken, zoals ‘Weg met het onrecht’.

Men behandelt ons, zoals men niemand anders durft te behandelen 

De verhalen over onrecht raakten me. Op dat weekend kreeg ik de vraag om te noteren wat ik zelf zou kunnen doen. Enkele weken later herinnerde Herman Van Breen, volontair, mij daar aan. Heel aanklampend, als ik er nu op terugkijk, maar tegelijk heel bepalend. Mijn geraakt zijn werd terug wakker. Men had mij nodig. Ik had beloofd mensen in mijn omgeving aan te spreken. De jongerenafdeling van de politieke partij waar ik actief was zou werken rond ‘vergeten groepen’. Ik vroeg aandacht voor de ‘vierde wereld’.  Het pleidooi van ATD Vierde Wereld om uithuiszettingen wettelijk te verbieden in de wintermaanden, daar gaf ik een echo aan. Ik schreef naar de vrederechter in mijn regio en vroeg om in afwachting van een wettelijke regeling daar toch al rekening mee te houden. Hij stuurde een vriendelijk briefje terug.

Ik zal wel af en toe het deksel op de neus gekregen hebben of meewarige reacties ontlokt hebben, maar ik herinner me vooral die keren dat ik gehoord werd, als jonge twintiger zonder ervaring. Ik steunde op de kennis van een Beweging waar ik meer en meer respect voor had en liet me overhalen om zelf ook te gaan spreken op informatieavonden in de regio. Zo bouwde ik een netwerk uit, en vond enkele mensen die interesse hadden om regelmatig samen te komen. We vormden een medestandersgroepje. We spraken de nutsmaatschappijen in de regio aan over afsluitingen van water, gas, elektriciteit. We kregen een stem in de Regionale welzijnsraad Kortrijk.

Een graadmeter om situaties te beoordelen

Aanvankelijk probeerde ik uit te meten hoeveel tijd ik aan vrijwilligerswerk zou kunnen besteden. Al vlug bleek dat maar een deel van het verhaal. Er ontstond een grote verwevenheid met mijn job, mijn politieke activiteiten en de relaties met familie en vrienden.

De basisopties werden mijn graadmeter om situaties te beoordelen: ‘Ieder mens draagt in zich een fundamentele en onvervreemdbare waarde die hem bevestigt in zijn menselijke waardigheid. Die waarde plaatst hem op gelijke voet met alle mensen, welke ook zijn levenswijze en overtuiging, zijn sociale en economische positie, zijn etnische of raciale afkomst mogen zijn.’

Ik nam twee jaar loopbaanonderbreking en ging eerst meewerken in het internationaal centrum in de buurt van Parijs. Een intense periode, ik hou er nog steeds vriendschappen aan over. Daarna vertrok ik voor een jaar naar Haïti. In Fond-des-Nègres werkte ik mee in een alfabetiseringsproject. Hoe anders de situatie, toch herkende ik de aanpak, gericht op een wisselwerking tussen het bijzondere en het algemene. Hou bij alles wat je doet een concrete persoon voor ogen, vraag je daarna af wat er moet veranderen, in wetgeving of organisatie van de samenleving, om ook voor andere mensen verbetering te brengen. Alfabetiseringsprojecten zijn mooi, maar waarom hebben jongeren op school niet leren lezen of schrijven? Of waarom konden ze niet naar school? En als een structurele aanpak vorm krijgt, ga dan terug naar die concrete persoon: werkt het voor hem of haar?

Drie kerngedachten

Armoede is niet weg, dat had me moedeloos kunnen maken. Waarom mijn engagement blijft duren? Er zijn zoveel sterke momenten geweest en stappen vooruit. Ik keer nog vaak terug naar verhalen die ik las en hoorde over de beginperiode van de vierdewereldbeweging, in de jaren vijftig van vorige eeuw, toen Joseph Wresinski aankwam in het barakkenkamp van Noisy-le-Grand, in de Parijse banlieue. Ambities en visies kregen gaandeweg vorm, al leken ze midden die miserie vaak onrealistisch en een paar maten te groot. Met de woorden van Wresinski probeer ik hieronder drie sporen weer te geven die voor mijn nog altijd cruciaal zijn.

  • Deze gezinnen zullen ooit de trappen beklimmen van het paleis van het staatshoofd *

“De ellende die daar voor mijn ogen uitgestald lag in een verstikkende hitte en een totale stilte, heeft me gestrikt. Sindsdien ben ik dag en nacht achtervolgd door het idee dat dit volk nooit uit zijn ellende zou komen, zolang het niet in zijn geheel, als volk, ontvangen zou worden waar de andere mensen discuteren en debatteren. Het moest op voet van gelijkheid aanwezig zijn, overal waar mensen praten en niet alleen over het heden beslissen, maar ook over de toekomst van de mens en de mensheid.

Debatten en gesprekken zijn er ondertussen geweest  bij de  Verenigde Naties en het Europees parlement, met ministers, volksvertegenwoordigers, koningen en presidenten, met de paus en andere religieuze leiders, op klimaatconferenties en gemeentelijke adviesraden. Dat waren vaak grootse momenten, altijd met veel voorbereiding. En dat gaat nog altijd door.

  • Ik weet niet met wat voor intuïtie we de naam ‘Actiegroep voor Europese cultuur’ hebben gekozen

Leven in een materieel kader dat menselijk was, de geest ontwikkelen en erkend worden door de andere burgers’, om die drie doelstellingen ging het. Van bij het begin ging het ook over boeken, muziek en schoonheid, waar elke mens behoefte aan heeft.  Maar een actiegroep voor cultuur, met ‘dat soort mensen’ dat was verdacht. De vereniging werd niet erkend. Dat gebeurde pas later onder een andere naam.  Maar de aandacht voor cultuur is gebleven.

  • Zelf begon ik toen met het schrijven van brieven aan de buitenwereld. Ze hadden een zeker resultaat en droegen ertoe bij om de publieke opinie wakker te schudden voor het bestaan van armoede.

Mensen kwamen om te helpen en dat verliep vaak anders dan ze gedacht hadden. André Etesse  bracht op een zomerdag kleren naar het kamp. Enkele uren voordien was een man gestorven en een dokter om het overlijden vast te stellen was niet bereikbaar. Wresinski vroeg aan de toevallige bezoeker om met zijn wagen een dokter te gaan halen en vroeg hem daarna een nog moeilijker iets: de begrafenis geregeld krijgen bij de gemeentelijke diensten. Dat nam enkele dagen in beslag. De Nederlandse diplomate Alwine de Vos van Steenwijk hielp midden in de winter met het sorteren van kleren en vroeg wat ze nog meer kon doen.  Wresinski vroeg haar om te ‘studeren’ en om met bewijzen te staven dat armoede nog bestond. Dat was het startpunt voor de oprichting van een onderzoeksinstituut. Het zijn krasse voorbeelden, maar het is bijna een handelsmerk van een engagement in ATD Vierde Wereld: je ziet jezelf onverwachte dingen doen op onverwachte plaatsen. En natuurlijk geldt dat ook voor de militanten, mensen met ervaring van armoede. Dat ATD Vierde Wereld een plaats is waar mensen uit alle milieus elkaar vinden voor een rechtvaardige zaak, is merkwaardig en boeiend.

 

Isabelle Maes, Spiere-Helkijn, 28 juli 2020

 neergeschreven door M.T. Poppe

 

*Deze en de volgende cursief gedrukte zinnen komen uit ‘De armen zijn de Kerk’, gesprekken van de journalist Gilles Anouil met Joseph Wresinski, 1983