ATD Brugge, een straf maar afgerond verhaal

ATD Brugge, een eigenzinnige medestandersgroep die 42 jaar lang de strijd tegen armoede aanbond, heeft dit voorjaar de riem afgelegd. Alles gegeven, tijd voor rust. Bij een Brusselse koffie mijmeren Bea Vanhaecke en Jo Dhaenens na over die levensbepalende decennia vol lief en leed.

ATD werkt verbindend in meer dan één betekenis. Brugse medestanders Bea en Jo vonden bij elkaar de liefde in hun gezamenlijke strijd tegen armoede – zij sinds het eerste uur, hij sinds 20 jaar. Nu de opvolging voor dat engagement moeilijk blijkt, aanvaarden ze ‘dat het goed is geweest’. Maar de strijd is onder hun vel gekropen en laat hen nooit meer los.

Hoe begon het allemaal in Brugge?

Bea: “Het was 1984. Tijdens de advent bekeken we op school met leerlingen en ouders de film Weg met het Onrecht met getuigenissen van mensen in armoede. De film was gemaakt door ATD en hij liet weinigen onberoerd. Nadien ging er een lijst rond met een vastberaden vraag: wie wil in Brugge een ATD-groep starten? Niet veel later stampte een samenraapsel van mensen die elkaar niet kenden maar met een hart voor rechtvaardigheid, ATD Brugge uit de grond. Gaandeweg sloten zich talloze mensen aan, voor kortere of langere tijd. Van die eerste groep blijven we nog met drie over. Ria is een negentiger, Anne is ernstig ziek.”

Hoe pakten jullie dat engagement aan?

Bea: “Op vraag van het nationaal team werden wij een pure medestandersgroep: wij werkten niet rechtsreeks met mensen in armoede, maar deden aan beleidsbeïnvloeding en sensibilisering. Een van onze eerste acties waren lezersbrieven in de kranten tegen huisjesmelkerij. We hielden informatieavonden op scholen en haalden een tentoonstelling naar Brugge. Ons doel was een mentaliteitsverandering in de maatschappij. Het anekdotische beeld van armoede moest bijgesteld worden.”

Vanwaar die keuze om niet rechtsreeks met mensen in armoede te werken?

Bea: “De beweging gaf aan dat er een hoge nood was aan medestanders. Velen verkiezen het directe contact met mensen in armoede, omdat ze snel impact willen. Maar er was vooral nood aan een nieuwe blik op armoede. ATD-stichter Joseph Wresinsky zei dat de armen onze leermeesters zijn. Niet zij moeten veranderen, de maatschappij moet anders gaan kijken. De kloof moet van de andere kant gedicht worden. Dat besef typeert een medestander: hij of zij nodigt mensen uit om de zaken eens anders te bekijken. De keuze voor een pure medestandersgroep is uitdagend, want je wordt minder direct beloond. Maar je engageren doe je niet voor het goede gevoel. Velen kiezen voor een beperkt engagement, maar medestander ben je 24/7. Je kunt geen krant lezen zonder de armoedebril. Je ziet meteen de concrete mensen die door beleidsmaatregelen getroffen zullen worden. Alsof je taak nooit af is.”

Jo: “Voor mij sloeg de vonk twintig jaar later over. Vanuit mijn opvoeding had ik een sterke gevoeligheid voor onrecht. Jarenlang heb ik die strijd vooral politiek ingevuld. Maar toen ik naar Brugge verhuisde, viel dat lokale engagement weg. Bea en ik werkten op dezelfde school en ik besloot mij aan te sluiten bij hun ATD-groep. Meteen voelde ik: dit engagement is anders, dieper. Medestanders hebben vanuit gelijk welke plaats in de maatschappij altijd oog voor het onrecht van armoede en ze vertolken de stem van de armen in hun dagelijkse gesprekken: in hun beroep, hun hobby of hun gezin. Daar leggen ze uit hoe een leven in armoede werkelijk is.”

De groep organiseerde ieder jaar mee de activiteiten rond 17 oktober, Werelddag van Verzet tegen Armoede

Welke misverstanden hebben jullie het vaakst moeten bestrijden?

Bea: “Dat mensen in armoede te veel voordelen krijgen. Zelfs bij collega’s, vrienden en familie horen we: ‘Wij hebben het ook lastig, wij moeten er ook voor werken.’ Maar de meeste mensen in armoede werken! We stellen vast dat de stigmatisering ook vanuit het beleid steeds erger wordt. De laatste 17 oktober waren de gesprekken met mensen op de wekelijkse markt een stuk grimmiger. ‘Een Netflix-abonnement, dat heb ik niet, maar die leefloners wel! (dergelijk abonnement was een tijdelijke steun voor leefloners in de Covid-periode, nvdr)’

Jo: “Een ander veelgehoord commentaar is: ‘Als je wilt, kom je eruit. Ze zetten niet genoeg door.’ Dat is volledig onterecht.”

Bea: “Medestander ben je 24/7. Je kunt geen krant lezen zonder de armoedebril.”

 

Hoe houden jullie de vinger aan de pols, als jullie niet direct met mensen in armoede werken?

Bea: “Publicaties, vormingen, vergaderingen, volksuniversiteiten, weekends: er is bij ATD zoveel gelegenheid om bij te blijven. In Brugge begonnen we elke bijeenkomst met een vormingsmoment: krantenartikels, lezersbrieven of een boek. Sommigen hadden vanuit hun beroep toegang tot mensen in armoede. En er waren talrijke kruisbestuivingen met de Welzijnsschakels.”

Jo: “Directe contacten met andere verenigingen waren er vooral vanaf 2010. Naar aanleiding van het Europees Jaar tegen de Armoede wilden we samen armoede op de agenda van de gemeenteraad krijgen. We hebben toen dialoogtafels georganiseerd rond thema’s als wonen of onderwijs. Aan de tafel in de chique conferentiezaal namen minstens de helft mensen in armoede plaats. Zij kregen met hun praktijkervaring altijd het eerste woord. Vanuit deze dialoogtafels ontstond Brugge Dialoogstad, een permanent overleg tussen mensen in armoede en het beleid. Daar hebben wij ontzettend veel van geleerd.”

Wat beschouwen jullie als een hoogtepunt in die ruim veertig jaar?

Bea: “In 2002 werd Brugge Europese culturele hoofdstad. Wij hadden toen een ijzersterke medestandersgroep die er over waakte dat dat project geen elitaire zaak werd. We vroegen een gesprek met de intendanten en werden gehoord. In het pas geopende concertgebouw mochten we een hele avond rond cultuurparticipatie invullen. Lokale ATD-groepen kwamen op bezoek naar Brugge en bereidden die avond in het concertgebouw samen met ons voor. Op het event zelf gaven ze een getuigenis.”

Vanuit dialoogtafels ontstond Brugge Dialoogstad, een permanent overleg tussen mensen in armoede en het beleid.

Waarin zit het verschil met andere armoedebewegingen?

Bea: “Ik ben lid van verschillende bewegingen geweest, maar wat ATD uniek maakt, is dat alle sociale klassen er ongelooflijk respectvol met elkaar omgaan. ATD gaat ook altijd op zoek naar de allerlaatste arme, want als het voor hem of haar goed is, is het goed voor iedereen. Er is bovendien een diep respect voor de mens: iedereen is waardevol en kan een bijdrage leveren. Wij schermen zo snel met gelijkwaardigheid en partnerschap, maar zo simpel is dat niet. Zodra mensen in armoede een andere mening hebben, is dat voor ons en vele hulpverleners confronterend: ‘We hebben het nog wel zo goed met hen voor!’ ‘We hadden net een geschikte oplossing!’ Maar soms staan mensen in armoede in een positie waarbij ze niet anders kunnen dan onze oplossing aanvaarden. Ze krijgen zelfs niet de kans te zeggen dat ze het overeengekomen engagement niet kunnen volhouden. Dat is geen gelijkwaardigheid.”

Hebben jullie de doelstellingen bereikt die jullie vooropgesteld hadden?

Bea: “Het is een werk van lange adem. ATD heeft armoede altijd als een structureel onrecht gezien, terwijl andere organisaties pas laat spraken over een schending van de mensenrechten. Maar het volstaat niet om die rechten uit te spreken. Als ze niet behartigd worden door de maatschappij, blijven ze dode letter. Daarom zijn medestanders nodig: om voortdurend in hun eigen omgeving op dat recht te wijzen. Vandaar onze keuze om de eerste jaren vooral te focussen op sensibilisering.”

Jo: “Naderhand veranderde onze methode. De laatste 20 jaar hebben we zwaar ingezet op politieke beïnvloeding. Wij wilden vooral de grote tenoren mee hebben. Misschien was op het einde het evenwicht wat zoek en hadden we het veldwerk van zaadjes planten niet mogen loslaten. Brugge was een van de eerste steden waar in 2010 de armoedetoets werd toegepast, maar daarvan rest nauwelijks nog iets. De snelheid van besluitvorming laat zo’n toetsing haast niet meer toe. Armoede wordt heel rap afgevinkt, vaak als ‘niet van toepassing’.”

Bea: “De laatste jaren waren lastig, omdat er geen opvolging kwam. Wij zijn 70 en bijna de jongsten van de groep. We konden geen jongeren meer werven. Dertigers haakten af zodra ze een gezin kregen. Levenslange trouw aan een engagement is zeldzaam geworden. Als groep is de dynamiek op, maar individueel blijven we medestanders. Dat geraak je nooit kwijt.

Jo: “Jongeren engageren zich nog, maar ze verkiezen projecten met concrete, tastbare impact. Dat is oké, alleen is het jammer als alle structuur wegvalt, als niemand aan al die losse initiatieven nog stem en gewicht geeft tegenover het beleid. Wat ons ook verontrust, is dat liefdadigheid weer populair wordt. Voedselpakketten worden bijna structureel, terwijl ze een noodzakelijk kwaad zijn.”

Jo: “Een engagement voor ATD is anders, dieper.”

 

Zijn jullie als groep vaak ontmoedigd geweest?

“Bea: “Ja dat gebeurde. Maar het enige wapen tegen verlammende angst en onmacht is groepsvorming. Wij kwamen als groep naar Brussel en wisten dat we verankerd waren in een internationale beweging, dat we de strijd niet alleen voerden. En als je de moedige getuigenissen hoort van mensen in armoede die ontzettend veel hebben meegemaakt maar toch doorzetten, dan raap je jezelf bijeen en doe je ook voort.”

Jo: “De bijeenkomsten van mensen in armoede hier in Brugge waren niet altijd gemakkelijk, maar meestal optimistisch. Ze zijn voorbeelden van veerkracht. Wat hen wel ontmoedigt, is dat ze al zo vaak hebben getuigd, maar dat er nauwelijks iets beweegt.”

Wat is het waardevolste dat de beweging jou heeft bijgebracht?

Jo: “Waardigheid en weerbaarheid, daar heb ik veel van geleerd: ondanks alles oplossingen zoeken, weinig hebben en toch delen, alles willen doen voor je kinderen, het dierbaarste.”

Bea: “Voor mij is dat het geloof in de fundamentele kracht en waardigheid van de mens. Ook dat er hoop is, maar dat je voortdurend waakzaam moet blijven, dat je nooit mag denken dat je er bent. We hadden een tijdje waakzaamheidscomités: we noteerden alle onrechtsituaties en signaleerden die, als bijdrage aan een maatschappijanalyse. Dat is typisch ATD: niet alleen weten hoe de armen leven, maar ook hoe de context verandert. ATD neemt erg veel uitdagingen aan. Altijd die stap verder. Onvermoeibaar, op talrijke fronten tegelijk, tot op het hoogste niveau. Tot ze gehoor vinden. Er is zoveel engagement.”

Sylvie Walraevens

0
    0
    Je winkelmand
    Your cart is emptyNaar vorige pagina