Netwerken – het verhaal van Cindy en Chris

Onze zoon maakt een groeispurt door. Bijgevolg is de inhoud van zijn kleerkast alweer aan vernieuwing toe. Gelukkig kreeg ik heel wat kledij van bevriende moeders en op mijn beurt wil ik die nu doorgeven. Ik vraag Cindy of haar oudste zoon nog wat kledij kan gebruiken. Omdat ik niet wil dat ze mijn vraag als vernederend ervaart, vertel ik haar dat ik zelf altijd kleren van kinderen van vriendinnen kreeg. Ze is verbaasd dit te horen en antwoordt me dat zij dat geluk niet heeft: “Ik heb helemaal geen vriendinnen. Ik heb enkel mijn moeder die me steunt.” Ik krijg kippenvel als ik dat hoor.

Toch is het een harde realiteit die ik al langer ken. Ik denk hierbij terug aan een trouwfeest. Er waren nog niet veel aanwezigen toen mijn man en ik aankwamen. De hoeveelheid eten deed vermoeden dat er nog veel volk verwacht werd. Enkele gasten kwamen aan maar nadat ze het getrouwd stel gefeliciteerd hadden, vertrokken ze na nog geen half uur. Ze hadden allemaal wel een goed excuus. Steeds herhaalde de bruidegom: “Blijf nog wat. We hebben voldoende eten.“ Uiteindelijk bleven mijn man en ik met een handjevol familieleden achter op het feest.

Ook Chris komt in mijn gedachten op. Hoewel hij nog maar 20 is, heeft hij al heel wat omzwervingen achter de rug. Het laatste jaar leefde hij vooral op straat. Af en toe ziet hij een oudere zus. Die wast dan zijn kleren maar dat wil hij niet meer. Zoals heel wat jongeren droomt hij van een eigen stek met een levenspartner. Hij wil een job vinden om dit te kunnen betalen.

Om te kunnen overleven op straat gebruikt hij drugs en alcohol. Dit gebruik staat zijn droom waarmaken in de weg. Hij schreeuwt me toe: “Zo wil ik niet verder”.  Om te ontwennen, laat hij zich opnemen in een psychiatrische instelling. Ik ga hem bezoeken en ontdek dat ik de enige ben die hem opzoekt. Het verplegende personeel kijkt vreemd op als ik langs kom. Hun vragen en reacties verraden hun gedachten: “Vind ik het echt de moeite waard om tijd voor hem vrij te maken?“ Chris heeft het bij ieder bezoek over zijn zus en hoopt dat ook zij ooit nog langskomt. Maar dat gebeurt niet.

Uitkijken naar bezoek dat niet komt, gasten die niet willen blijven op het feest dat je geeft, geen vrienden hebben die je steunen:  nauwelijks netwerk rond je hebben, kan soms heel pijnlijk tastbaar zijn. Het is vooral deze uitsluiting die heel zwaar doorweegt.

Marijke Decuypere

Uit het Vierde Wereldblad, nr 197, december 2016