Mobilisatie tegen gemeenschapsdienst op 25 april

“Gemeenschapsdienst” is een nieuwe maatregel die bij de invoering van de Wet Borsus (MR) van 2016, OCMW’s de mogelijkheid geeft om leefloners te dwingen om gratis arbeid (in ruil voor hun uitkering) te verrichten.
Een samenleving die de armsten en meest kwetsbaren uitbuit? Een systeem dat banen vernietigt en vervangt door gratis dwangarbeid? Wij zijn ertegen!

Op 25/04 houdt het Grondwettelijk Hof een hoorzitting om na te gaan of deze wet geen inbreuk vormt op de grondrechten. Maar het verzet tegen deze maatregel hoeft zich niet beperken tot een rechtszaal: sluit je om 13u bij ons aan om 13u op het koningsplein, voor het Grondwettelijk Hof, om de juridische strijd tegen de wet Borsus te steunen!


————

Het OCMW verleent het recht op maatschappelijke integratie. Dit vormt het laatste vangnet voor iemand die geen baan heeft, geen werkloosheidsuitkering of een ander vervangingsinkomen heeft, het leefloon waarborgt een menswaardig leven.
Op 21 juli 2016 liet Willy Borsus (MR) een wet stemmen die deze ultieme sociale bescherming grondig aantast.

De Wet Borsus:
1) heeft het GPMI (geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie) veralgemeend:
Jongeren en studenten (-25 jaar) werden al langer verplicht een geïndividualiseerd contract te ondertekenen om een leefloon te ontvangen via het OCMW. Nu is het voor alle steunaanvragers een wettelijke verplichting. Om beroep te kunnen doen op dit laatste vangnet, worden er echter steeds strengere voorwaarden en verplichtingen aan verbonden, wanneer de ontvanger ze niet naleeft verliest die alle rechten.
In de wet is geen grens omschreven om misbruiken te voorkomen. Er zijn geen beperkingen van de periode waarbinnen aan de verplichtingen moet voldaan worden, er zijn geen voorschriften ter voorkoming van: willekeur, onevenredige verplichtingen of inbreuken op het privé- en gezinsleven. De vaagheid van de wet laat behoorlijke verschillen in behandeling toe tussen het ene en het andere OCMW.

2) invoering van het begrip “gemeenschapsdienst”:
Het OCMW kan een leefloner een “gemeenschapsdienst” aanbieden ter ondertekenen. Dit betekent dat men werkt of diensten verleent zonder daarbij een loon te ontvangen. In ruil behoudt men wel het recht op een leefloon.
Wanneer men de gemeenschapsdienst aanvaard, wordt dit als dusdanig in het GPMI opgenomen en is men verplicht het na te leven. Gezien de afhankelijkheid van de ondertekenaar tov zijn enige bron van inkomen, is gemeenschapsdienst dan eigenlijk een vorm van dwangarbeid, zonder tijdslimiet!
De minister noemt dit vrijwilligerswerk. Dit is onzin: vrijwilligerswerk is per definitie niet verplicht…

Het platform “Boycott Service Communautaire/ Boycot Gemeenschapsdienst” is een brede verzameling van verenigingen en vakbonden die gekant zijn tegen de wet Borsus.
Sinds 2016 voert de beweging een campagne om de OCMW’s bewust te maken van de ernstige problemen die ontstaan door de veralgemening van het GPMI en de invoering van het systeem van gemeenschapsdienst. Het oefent politieke druk om de wet terug te dringen.
Na deze acties, waarbij ernstige schendingen van de grondrechten van leefloners werden blootgelegd, wendde het platform zich in 2017 tot de juridische weg om via het Grondwettelijk Hof de deels wet te vernietigen. De hoorzitting rond deze vernietiging zal op 25 april plaatsvinden.

Neen aan de schaamteloze uitbuiting van leefloners!
STOP aan gemeenschapsdienst, dat de financieel kwetsbaarste bevolkingsgroep gratis laat werken en hen bedreigt met het verlies van OCMW-uitkering als ze hun verbintenis niet nakomen.
Neen aan het verloren gaan van banen in de openbare diensten!
Door de invoering van gemeenschapsdienst maakt de overheid het mogelijk om een aantal diensten en werkzaamheden die in het kader van een echte arbeidsovereenkomst en tegen een fatsoenlijk loon werden verricht, voortaan gratis aan te bieden. Gemeenschapsdienst is een echte sociale dumping die de leefloners, maar ook de werknemers aantast.
Iedereen in deze samenleving moet een waardig en fatsoenlijk leven kunnen leiden.
Afspraak op 25 april, om 13.00 uur, voor het Grondwettelijk Hof, Koningsplein te Brussel.