“Mensen ontmoeten duwt mij vooruit”

afbeelding: © Koen Broos

In de media en tijdens studiedagen verrast hij ons met zijn visie op kinder- en gezinsarmoede. Het kinderrechtenverdrag is steeds zijn gids. De rode draad door zijn lezingen en rapporten is een pleidooi voor mensenrechten en waardigheid. Een gesprek met  Bruno Vanobbergen, kinderrechtencommissaris.

 

U schreef een boek over kinderarmoede, ‘Spelen in zwarte sneeuw’. Waarom koos u voor dit thema?

Het aantal kinderen dat in armoede leeft is de laatste jaren licht gestegen. Met ’Spelen in zwarte sneeuw’ wil ik het thema uitdrukkelijk op de politieke en maatschappelijke agenda plaatsen. Je kan niet naar armoede en kinderarmoede kijken zonder het mensenrechtenperspectief daarbij te betrekken. Zowel politiek als maatschappelijk wordt armoede vandaag de dag sterk geïndividualiseerd en dat is heel problematisch.

 

In het boek  pleit u voor een structurele aanpak van armoede. Toch zien we dat het op politiek en maatschappelijk vlak meer gaat om armoede ‘managen’. Hoe ervaart u dat?

Als armoede geïndividualiseerd wordt, of soms zelfs gecriminaliseerd, dan word ik daar ontzettend kwaad over. Ik verwijs in mijn boek naar Baldwin Van Gorp, een Leuvense professor die onderzoek heeft gedaan over beeldvorming. De resultaten van zijn onderzoek zijn schrijnend. De meerderheid van de Vlamingen ziet de ouder in armoede nog steeds als een incompetente ouder en het kind in armoede als een onschuldig slachtoffer. Het is aan het beleid om tegen dat beeld in te gaan en armoede aan te pakken met structurele maatregelen. Het kan niet dat je als kind bijvoorbeeld afhankelijk bent van de goodwill van sociaal werkers die, omdat ze op dat moment met je inzitten, ervoor zorgen dat je toch mee kan op kamp. Dat is sympathiek op dat moment, maar je bent dan caritatief bezig.

“Als armoede geïndividualiseerd wordt, of soms zelfs gecriminaliseerd, dan word ik daar ontzettend kwaad over.”

U doet verschillende voorstellen in uw boek om kinderarmoede structureel aan te pakken. Wat is voor u prioritair?

Wonen. Anderhalf jaar geleden heeft het Kinderrechtencommissariaat een dossier rond dak- en thuisloosheid gepubliceerd met heel wat concrete aanbevelingen. Samen met de VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, nvdr) hebben we naar aanleiding van de komende lokale verkiezingen gewerkt rond kindvriendelijke woonomgevingen. Voor mij is dat prioriteit nummer één als het gaat over armoede. Het gaat over betaalbaar wonen, de organisatie van winteropvang, het optrekken van het aantal sociale woningen, het structureel inbedden van preventieve woonbegeleiding en een concreet antwoord bieden op uithuiszetting.

 

Kinderen hebben het recht om bij hun ouders op te groeien, daar hamert u op. Is  daar een draagvlak voor in de maatschappij?

Dat is een heel moeilijke kwestie. Ik sta voor een relationele benadering van kinderrechten. Als de rechten van kinderen op de tweede plaats dreigen te komen, kloppen we op tafel. Maar de rechten van kinderen moet je altijd in relatie zien tot de rechten van anderen. Ouders zijn daar natuurlijk heel belangrijk bij.  Je moet kinderrechten dus altijd in relatie zien tot de bredere gezinscontext. Maar ik zie veel bewegingen die de positie van ouders in armoede verzwakken. Het nieuwe voorstel om de pleegzorgtoeslag aan de pleegouders te geven in plaats van aan de biologische ouders, vind ik problematisch. Dat is geen goed signaal van het beleid. Ik ben heel blij met de nota van het Agentschap Jongerenwelzijn en Kind en Gezin waarin ze zelf aangeven dat de positie van ouders sterk bewaakt moeten worden als het om uithuisplaatsing gaat. Maar dat is geen evidentie, ook politiek niet. Ik hoed er mij voor om ouders uit te spelen tegenover kinderen. Wat niet wil zeggen, dat ik in de afgelopen jaren niet op situaties ben gebotst waarbij ik zeg: oei, die situatie is zo precair dat het kind tijdelijk in een veilige situatie moet geplaatst worden.

“Rechten van ouders en rechten van kinderen moet je altijd in relatie tot elkaar zien.”

Wordt u gehoord?

Soms wel, soms niet. Samen met het Minderhedenforum hebben we drie jaar geleden de problematiek rond woonwagenbewoners aangeklaagd. Maar tot op de dag van vandaag is er nog veel te weinig gebeurd voor die groep. Op beleidsniveau is men wel bezig met de problematiek van hoge schoolkosten. Er zijn nog altijd scholen die op het einde van het jaar geen rapport uitreiken omdat de schoolfacturen niet betaald zijn. De minister heeft nu de opdracht gegeven om een studie te maken rond het invoeren van een maximumfactuur in het secundair onderwijs.

 

Vanwaar uw sterk pleidooi om ieder kind een waardig bestaan te geven?

Heel simpel: ik probeer op heel veel plaatsen te komen en mensen te ontmoeten. Gezinnen, scholen,… Die ontmoetingen duwen mij vooruit. Ik probeer wat ik hoor en voel tijdens die ontmoetingen mee te geven aan de politiek en de maatschappij.

 

Ligt u soms wakker van de schrijnende verhalen?

Ik ben ’s avonds zo moe dat ik niet veel wakker lig. Ik zoek voortdurend naar manieren om de verhalen te delen. Dat is de reden waarom ik heel veel ga spreken en ’s avonds laat op de baan ben. Ik voel dat dat ontzettend belangrijk is. Waar ik soms wel mijn hoofd over breek is hoe je dat vandaag op een geloofwaardige manier kan doen. Verontwaardiging is soms een hol begrip geworden. Er zijn veel mensen verontwaardigd. Ieder heeft zijn persoonlijke verontwaardiging. Het is niet makkelijk om vanuit die verontwaardiging overtuigend te spreken, maar tegelijkertijd ook de bruggen open te houden. Dat is voor mij het moeilijkste. Hoe kunnen we succes boeken rekening houdend met ieders persoonlijke verontwaardiging? Ik blijf altijd de nuance zoeken. Dat is voor mij cruciaal. Anders verzeil je heel snel in mensen die tegenover elkaar staan. We moeten die verbindingen blijven zoeken.

 

Marijke Decuypere en Evelien Lambrecht

 

Bruno Vanobbergen is doctor in de pedagogische wetenschappen en sinds 2009 kinderrechtencommissaris.

Het Kinderrechtencommissariaat is opgericht door het Vlaams Parlement als onafhankelijke instantie. Alles wat het doet staat in het teken van een goede naleving en toepassing van kinderrechten in Vlaanderen.

Het ‘Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind’ is op 20 november 1989 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York